Een confronterend gesprek (2)

Ik wil je voorstellen aan vijf mensen die zich bezighouden met de kerk. In het bijzonder met de kerk in het Westen. Ze proberen te begrijpen wat er in het Westen aan de hand is, welke impact dat heeft op de traditionele kerken en waar het huiswerk voor de kerk ligt. Ik heb ze bij elkaar aan tafel gezet en wil ze een paar vragen stellen.

Ard:

Laten we het eens wat proberen uit elkaar te rafelen. Jullie hebben het over de Westerse wereld en de plek van de kerk daarin. We halen die twee even uit elkaar. Eerst maar eens die landen in het Westen: wat is daar aan de hand?

Alan R.1:

Als ik mag aftrappen… We hebben wereldwijd te maken met enorme uitdagingen. Kijk ’s naar al die vluchtelingen, of naar de klimaatverandering, of naar de economische spanningen in onze wereld. Of we ons daarvan bewust zijn of niet, het doet onze samenleving op z’n fundamenten schudden.

En ik zie in het Westen hierin een bepaalde afbraak gebeuren. We raken het vertrouwen kwijt in de gevestigde orde. Of het nou de overheid is, de economie, godsdienstige organisaties, de twijfel groeit of deze instellingen ons echt kunnen helpen in deze onzekere tijden. Mensen voelen zich steeds kwetsbaarder.

Alan N.:

Ik zou zelf een paar andere dingen naar voren willen halen. Volgens mij zijn er twee trends gaande. De eerste noem ik maar even de behoefte aan ‘snelle bevrediging’. Je hebt bijna alles binnen 24 uur in huis, daaraan gekoppeld moet alles snel gebeuren, de techniek die je daar graag bij wil helpen (denk bijvoorbeeld aan je smartphone). Dit alles zorgt voor zoveel verstrooiing, waardoor we moeilijk kunnen stilstaan, bezinnen en overdenken. De tweede is…

Mark:

Wacht even, Alan. Voordat je naar de tweede gaat… Ik wil even doorgaan op dit eerste punt wat je noemt. Wat jij noemt lijkt een soort ‘soft power’ in onze Westerse wereld, die zich langzaam verspreid en een prachtige wereld lijkt te scheppen die alles te bieden heeft wat je hartje begeert. Het is heel aantrekkelijk, laten we eerlijk zijn. Maar het is een ‘soft power’, die door advertenties, media, internet en BN’ers heen stiekem in onze beleving kruipt. Het geeft je het idee dat je een utopia in dit leven kan bereiken zonder een god; een hemel op aarde waar ons leven nu vol wordt van plezier, vrede en ontplooiing.

Ard:

Alan, wat is die tweede trend die je ziet?

Alan N.:

Nou, het raakt aan wat Mark net al noemt. Het is wat wij ‘secularisatie’ noemen. En daar bedoel ik mee dat geloof in ‘god’ gezien wordt als een van de vele opties waar jij uit kan kiezen voor je eigen ontplooiing en geluk. Daarbij lijkt het idee van een hogere macht steeds onwaarschijnlijker.

Alan R.2:

Inderdaad. In het Westen heerst het geloof dat we prima ons leven zelf kunnen leven, zonder hulp van God.

Mark:

Wat hier sterk doorheen klinkt is dus, dat we zélf ons leven kunnen maken. Ieder mens zit zelf op de troon en God mag meedoen als ‘personal coach’. Ik zie daarin een eeuwenoude gnostieke trek terugkomen.

Ard:

Pfff… dat is niet niks wat jullie hier even kort op tafel leggen over onze wereld en over onszelf!

Jonathan:

Ja, ingrijpende veranderingen zijn aan de gang in onze cultuur. Daartussen worden wij geroepen om te getuigen.

Mark:

En deze ontwikkelingen hebben ook impact op de mensen in de kerk. Het dwingt de kerk zich opnieuw te bezinnen op haar hele zijn.

Ard:

Ok, we maken nu de draai naar hoe dit ook ingrijpt op de kerk. Vertel daar eens wat meer van?

… wordt vervolgd…

Een confronterend gesprek (1)

Ik wil je voorstellen aan vijf mensen die zich bezighouden met de kerk. In het bijzonder met de kerk in het Westen. Ze proberen te begrijpen wat er in het Westen aan de hand is, welke impact dat heeft op de traditionele kerken en waar het huiswerk voor de kerk ligt. Ik heb ze bij elkaar aan tafel gezet en wil ze een paar vragen stellen.

Ard:

Jullie denken veel na over de kerk in het Westen. Is daar iets aan de hand dan? Voelen jullie je ongemakkelijk in de kerk?

Mark:

Misschien heb je een fijne groep gelovigen om je heen en heb je daar niet zo’n last van. Maar als je wat meer om je heen gaat kijken en even vanuit een helikopterview probeert te observeren, dan weet ik eigenlijk niet hoe je je níet ongemakkelijk kan voelen in de kerk. Kijk ’s hoeveel kerkgebouwen steeds meer verdwijnen uit het straatbeeld. Kijk ’s hoeveel mensen de kerk verlaten. Kijk eens hoe een bepaalde vorm van betrokkenheid bij de kerk verdampt: commitment en offerbereidheid neemt af, het wordt allemaal veel losser en individualistischer en consumerender. Het wordt alleen al ongemakkelijk door de vraag die hierdoor sterk opkomt: wat is er toch aan de hand?!

Alan R.2:

Ik herken dat wel wat Mark zegt. Honderd duizenden verlaten hun kerken en zijn moe van alle georganiseer. Ze kunnen niet meer warm worden van beleidsnotities van denominaties of de laatste vondst om de kerk weer te laten werken. Ze hebben er meer dan genoeg van dat kerken maar over zichzelf blijven praten in een wereld met veel grotere uitdagingen.

Jonathan:

Ik zou twee dingen duidelijk uit elkaar willen trekken. Het goede nieuws zal nooit verdwijnen. Daar ben ik niet ongemakkelijk over. Gods plan door Jezus Christus wordt uitgevoerd en er is niets dat dat tegen kan houden. Alle macht is aan Jezus toevertrouwd. Waar ik me wel ongemakkelijk bij voel is, in hoeverre de kerk trouw is aan dat goede nieuws. De geloofwaardigheid van de kerk in het Westen staat onder zware druk.

Alan R.1:

Zie je het niet ook aan de kerk zelf, dat ze zich ongemakkelijk voelt? Wat je zoveel ziet gebeuren is dat kerken de problemen proberen te ‘fixen’ met strategische plannen, nieuwe technieken en verbeterde programma’s. Er gaat daar steeds meer tijd en energie in zitten, maar ze leveren steeds minder op.

Bryan:

Je ziet dat de positie van de kerk in de samenleving verandert. Ze raakt een gevestigde positie kwijt, komt steeds meer in de marge te staan. Dat is onwennig en ongemakkelijk. Ze moet een nieuwe houding hervinden.

Alan N.:

Om bij dat laatste aan te sluiten, volgens mij voel je dat als je in gesprek raakt over je christelijk geloof. Het kan een goed gesprek zijn, maar je gesprekspartner ontvangt je geloofsgetuigenis als een persoonlijke voorkeur tussen alle andere keuzes. Je bent maar een van de vele spelers/kraampjes op de markt.

Alan R.1:

Voor mij is het helder. De traditionele kerken sluiten niet aan op Gods reddend bezig zijn met zijn wereld.

Ard:

Nou, dat maakt me behoorlijk ongemakkelijk! Je durft het stevig neer te zetten, Alan. We duiken gelijk behoorlijk de diepte in!

… wordt vervolgd…

Een confronterend gesprek (inleiding)

“Vrijgemaakten verliezen aan twee kanten”, kopte het ND afgelopen vrijdag. Ook de Vrijgemaakten ontkomen niet aan de krimp, waar alle traditionele kerken in het Westen mee te maken hebben. We kunnen er alleen maar ons voordeel mee doen, door dat pijnlijke gegeven voluit te omarmen.

In de komende blogs verwerk ik het schrijven van vijf schrijvers die hier intensief mee bezig zijn. Ik breng deze vijf schrijvers als het ware in gesprek met elkaar, door het inleidende hoofdstuk van hun boeken bij elkaar te brengen.

Alles wat dus hieronder verwerkt is, vind je terug in het inleidend hoofdstuk van hun boeken. Het gaat om de volgende boeken:

In het volgende blog begin ik met de vraag te stellen of deze auteurs zich ongemakkelijk voelen in de kerk. Wordt vervolgd…

Heb je naaste lief als jezelf

Als je je naasten liefhebt als jezelf, wil je dat zowel jij als zij in staat zijn om adem te halen, en heb je dus liefde voor schone, frisse lucht nodig. Als je van je naasten houdt als van jezelf, wil je dat zowel jij als zij iets te drinken hebben, en heb je dus liefde nodig voor zuiver water in al zijn verschijningsvormen. Als je van je naasten houdt als van jezelf, wil je dat zowel jij als zij voldoende te eten hebben, en voel je je dus betrokken bij het klimaat, maar ook bij de grondkwaliteit en bij visserij, weilanden en akkers, boerderijen en bossen. Als je van je naasten houdt als van jezelf, wil je dat al jouw kinderen en je toekomstige nakomelingen in staat zullen zijn om net als jij te genieten van de schepping, en voel je je daardoor betrokken bij het behoud daarvan, en zul je ecologie beschouwen als een schitterende en aan God toegewijde wetenschapstak.

(via Jos Douma)

Paulus – een biografie

Wat jammer dat dit boek uit is! Ik had zo graag gewild dat het nog een tijdje door ging. Mee genomen worden in het leven van Paulus. Die gedreven Jood, die leeft voor de God van Israël. Die gegrepen wordt door Jezus en inziet dat de God van Israël zijn plannen samenbundelt in de Messias Jezus. Paulus als belangrijke ‘architect’ in Jezus’ handen voor de christelijke gemeenschappen die overal door het Romeinse Rijk ontstaan.

In zijn meer wetenschappelijke werken, krijgt N.T. Wright wel eens kritiek op zijn breedsprakigheid waarmee hij schrijft. Maar in zo’n biografie komt Wright daarmee volledig tot zijn recht: meeslepend neemt hij je mee en brengt Paulus tot leven in al z’n ‘ups’ en ‘downs’. ‘Live’ meereizen door het boek Handelingen, z’n brieven die gaan zinderen, puzzelstukjes die op hun plek vallen…

Prachtig, bijvoorbeeld, hoe Wright beschrijft dat Paulus Jeruzalem nadert in de vroege herfst van 57 n.Chr. (Handelingen 21) en de stad ziet liggen:

De Heilige Stad. Jeruzalem van goud. De plek waar de levende God had beloofd om zijn naam te vestigen, had beloofd om zijn koning te installeren als heerser over de volken. De plek, geloofde Paulus, waar deze beloften uitgekomen waren – met Jezus, die zijn troon besteeg buiten de stadsmuren, die voor eens en altijd deed wat alleen Israels God kon doen en daarna werd verhoogd als Heer van de wereld. (pg. 349 – mijn vertaling)

Hopelijk komt dit boek ook in het Nederlands uit om een breder publiek te dienen en een vonk te laten overspringen.

“Er is één God, de Vader, uit wie alles is ontstaan en voor wie wij zijn bestemd, en één Heer, Jezus Christus, door wie alles bestaat en door wie wij leven.” (1 Korinte 8:6).

Dit maakt Paulus tot wie hij was. Dit was de werkelijkheid die voor hem open ging op de weg naar Damascus. Dit, zou hij zeggen, is dé verklaring voor waarom zijn werk geen verloren zaak was (…), maar zou groeien, niet maar een ‘godsdienst’ zou voortbrengen, maar een nieuwe mensheid – een nieuw volk, een nieuwe gemeenschap, een nieuwe wereld. Een nieuwe polis. En nieuwe vorm van liefde. Het zou dingen doen die hij haast niet voor mogelijk durfde te houden. (431 – mijn vertaling)

#GodsGezicht

.

Het begon in God zelf.

Het goddelijk Licht scheen over zijn schepping en werd afgewezen door een wereld, die betoverd werd door de nacht.

God liet het er niet bij en plaatste een boog in de wolken. (Noach)

Daarna opende Hij de ogen van een uitgekozen volk om zijn Shaloom te zien. (Israël)

Vervolgens kwam Hij zelf onze wereld binnen, zichtbaar als beeld van God en het Woord dat mens werd. (Jezus)

Hij inspireerde een groep van profetische en apostolische zieners om te getuigen van Gods reddend werk. (apostelen)

Hij verlichtte een gemeenschap van gelovigen om steeds weer opnieuw het goede nieuws te ontvangen en te verwerken. (kerk)

Uiteindelijk belooft Hij een geweldige dag, waarop alle schaduwen zullen verdwijnen en God “alles in allen” zal zijn. (wederkomst)

Tot die dag is Paulus’ hoop voor de kerk in Efeze ook ons verlangen:

Moge de God van onze Heer Jezus Christus, de vader van alle luister, u een geest van inzicht schenken in wat geopenbaard is, opdat u hem zult kennen. Moge uw hart verlicht worden, zodat u zult zien waarop u hopen mag nu hij u geroepen heeft… (Efeze 1:17-18)

(Gabriel Fackre, pg. 45 – mijn vrije vertaling)

#GodsGrond

De grond is er altijd om ons eraan te herinneren  dat de wereld een samenhangende klomp is, wat één groot wonder is. Als je je wetenschappelijke ogen open zou doen en naar een handvol grond kijkt, zie je plotseling niet alleen maar vuil, maar een belangrijk netwerk dat materie, energie en leven met elkaar verbindt.

Wat ik bedoel? Net als cake-beslag bestaat grond uit een mix van ingrediënten: gemalen stenen, plakkerige klei en allemaal organische stofjes – rottende bladeren, bacterie, wormenmest, allemaal door elkaar. Laten we ’s beginnen met die organische stofjes. Pak ’s een handvol grond van het land of in het bos – je houdt nu meer microben in je hand vast dan er sterren zijn in het universum. Maar die miljarden microben wonen niet alleen maar in de grond. Ze maken de grond levend.

Als je kon inzoomen op dat handjevol grond, zou je zien dat het bestaat uit ontelbare kleine stukjes steen en klei. En net als in een bak vol met grote en kleine ballen, zitten daar allemaal kieren en weggetjes tussen die klontjes. Daar leven de microben en ze benutten die ruimtes optimaal, door de grond te veranderen in een heel ingewikkeld netwerk van ondergrondse tunnels en een actieve chemische reactor. Dit is een bouwwerk van een chemie-feestje-in-een-spons dat de grond de basis maakt voor al het leven wat je om je heen vindt.

Die microben zijn druk bezig in hun tunnels en zorgen ervoor dat de grond regenwater filtert, zodat het schoon is voor ons om te drinken. En de elementen in de steentjes en klei helpen de microben om voedingsstoffen rond te brengen naar wortels, zodat eikeltjes kunnen veranderen in reusachtige bomen en graan omgezet wordt in brood wat jij als lunch at. Het zijn niet alleen de microben die zorgen voor deze wonderen, en het zijn ook niet alleen de mineralen en de klei die zorgen dat eikels groeien tot eikenbomen. De grond is een dynamisch, werkend web met atomen die steeds weer worden omgezet van niet-levende naar levende materie en andersom.

Door de grond gaan we ook zien dat onze lichamen en onze levens een knap weefsel zijn van levende en niet-levende werelden. Het is niet zo dat wij hier zijn en de wereld om ons heen. Ieder van ons is deel van een kosmisch bouwwerk van materie, energie en groei die we nooit uit elkaar kunnen halen. Ieder van ons is een uitdrukking van de aarde waarin we geboren zijn. Ieder van ons is een expressie van de grond en dat is schitterend.

Adam Frank (mijn vertaling)