#GodsGezicht

.

Het begon in God zelf.

Het goddelijk Licht scheen over zijn schepping en werd afgewezen door een wereld, die betoverd werd door de nacht.

God liet het er niet bij en plaatste een boog in de wolken. (Noach)

Daarna opende Hij de ogen van een uitgekozen volk om zijn Shaloom te zien. (Israël)

Vervolgens kwam Hij zelf onze wereld binnen, zichtbaar als beeld van God en het Woord dat mens werd. (Jezus)

Hij inspireerde een groep van profetische en apostolische zieners om te getuigen van Gods reddend werk. (apostelen)

Hij verlichtte een gemeenschap van gelovigen om steeds weer opnieuw het goede nieuws te ontvangen en te verwerken. (kerk)

Uiteindelijk belooft Hij een geweldige dag, waarop alle schaduwen zullen verdwijnen en God “alles in allen” zal zijn. (wederkomst)

Tot die dag is Paulus’ hoop voor de kerk in Efeze ook ons verlangen:

Moge de God van onze Heer Jezus Christus, de vader van alle luister, u een geest van inzicht schenken in wat geopenbaard is, opdat u hem zult kennen. Moge uw hart verlicht worden, zodat u zult zien waarop u hopen mag nu hij u geroepen heeft… (Efeze 1:17-18)

(Gabriel Fackre, pg. 45 – mijn vrije vertaling)

#GodsGrond

De grond is er altijd om ons eraan te herinneren  dat de wereld een samenhangende klomp is, wat één groot wonder is. Als je je wetenschappelijke ogen open zou doen en naar een handvol grond kijkt, zie je plotseling niet alleen maar vuil, maar een belangrijk netwerk dat materie, energie en leven met elkaar verbindt.

Wat ik bedoel? Net als cake-beslag bestaat grond uit een mix van ingrediënten: gemalen stenen, plakkerige klei en allemaal organische stofjes – rottende bladeren, bacterie, wormenmest, allemaal door elkaar. Laten we ’s beginnen met die organische stofjes. Pak ’s een handvol grond van het land of in het bos – je houdt nu meer microben in je hand vast dan er sterren zijn in het universum. Maar die miljarden microben wonen niet alleen maar in de grond. Ze maken de grond levend.

Als je kon inzoomen op dat handjevol grond, zou je zien dat het bestaat uit ontelbare kleine stukjes steen en klei. En net als in een bak vol met grote en kleine ballen, zitten daar allemaal kieren en weggetjes tussen die klontjes. Daar leven de microben en ze benutten die ruimtes optimaal, door de grond te veranderen in een heel ingewikkeld netwerk van ondergrondse tunnels en een actieve chemische reactor. Dit is een bouwwerk van een chemie-feestje-in-een-spons dat de grond de basis maakt voor al het leven wat je om je heen vindt.

Die microben zijn druk bezig in hun tunnels en zorgen ervoor dat de grond regenwater filtert, zodat het schoon is voor ons om te drinken. En de elementen in de steentjes en klei helpen de microben om voedingsstoffen rond te brengen naar wortels, zodat eikeltjes kunnen veranderen in reusachtige bomen en graan omgezet wordt in brood wat jij als lunch at. Het zijn niet alleen de microben die zorgen voor deze wonderen, en het zijn ook niet alleen de mineralen en de klei die zorgen dat eikels groeien tot eikenbomen. De grond is een dynamisch, werkend web met atomen die steeds weer worden omgezet van niet-levende naar levende materie en andersom.

Door de grond gaan we ook zien dat onze lichamen en onze levens een knap weefsel zijn van levende en niet-levende werelden. Het is niet zo dat wij hier zijn en de wereld om ons heen. Ieder van ons is deel van een kosmisch bouwwerk van materie, energie en groei die we nooit uit elkaar kunnen halen. Ieder van ons is een uitdrukking van de aarde waarin we geboren zijn. Ieder van ons is een expressie van de grond en dat is schitterend.

Adam Frank (mijn vertaling)

Geef het door…

Afgelopen vrijdag is Donald Robinson gestorven op 95-jarige leeftijd. Je kent hem misschien niet. Hij is de grote leermeester van Graeme Goldsworthy en die laatste is voor mij een grote leermeester geweest! Dan hebben we het over Biblical Theology natuurlijk.

De rector van Moore College, een opleiding waar Robinson een groot stempel op heeft gedrukt, zegt het volgende over hem:

“Hij leerde ons hoe we de bijbel als een geheel moesten lezen, om de grote plaat van ‘biblical theology’ te begrijpen. Zijn inzichten zijn over de hele wereld verspreid dankzij Graeme Goldsworthy en Vaughan Roberts. hij leerde ons volgens de bijbel over de kerk te denken, in plaats van onze tradities aan de bijbel op te leggen. Hij leerde ons dapper te zijn, wanneer onze bijbelse overtuigingen niet gedeeld werden door anderen. Hij leerde ons dan dapper te zijn zonder persoonlijke vijandschap of venijn.” (mijn vertaling van een stukje uit dit artikel).

Ik ben dankbaar voor wat ik via Goldsworthy van deze man Gods geleerd hebt. Het is in m’n DNA gaan zitten. Iedereen die de cursus “Raak thuis in de bijbel” bij mij heeft gevolgd, heeft daar ook weer wat van geproefd. Ook de naam van deze blog-site (“de bijbel als groot-verhaal lezen en zo God aan het Woord laten”) is hierdoor geïnspireerd.

Hieronder een opname van Goldsworthy uit begin 2018, waarin hij nog ’s kort zijn kijk op het geheel van de bijbel geeft. Ik moet zeggen dat ik zijn boeken spannender vind, dan zijn mondelinge presentatie ervan. Maar als je doorluister, lichten er wel wat mooie dingen op!

 

#GodsGrond

Volgens mij zien we te weinig in dat de bijbel een ‘outdoor’-boek is… Je kan de bijbel het beste ‘outdoor’ lezen en begrijpen. Hoe verder naar buiten hoe beter. Dat is in elk geval mijn ervaring. Bijbelgedeelten die tussen muren onwaarschijnlijk en ongelofelijk lijken, zijn buiten niet meer dan normaal. Omdat we buiten overal geconfronteerd worden met wonderen; we ontdekken dan dat het wonderlijke niet zozeer bijzonder is, maar heel normaal. Het is ons dagelijks brood.

Wie kijkt naar de bloemen in het veld of de vogels in de lucht en bedenkt hoe onvoorstelbaar hun bestaan is in deze warme wereld middenin een koud, leeg en onmetelijk zonnestelsel – die is niet verbaast over het wonder dat water in wijn verandert. We vergeten het grotere wonder wat maar steeds doorgaat: hoe water (met grond en zon) verandert in druiven.

(Wendell Berry, in: “Creation Care. A Biblical Theology of the Natural World”, Douglas en Jonathan Moo, pg 122 – mijn vertaling)

Hoe lees jij bijbel?

Ik zal het niet gauw vergeten. Ik was een cursusavond aan het voorbereiden voor een kerk. De leiding benadrukte nog eens dat elke les een persoonlijk leerpunt moest hebben voor iedere deelnemer. “Toepassing is de sleutel”, zei hij, “de enige manier om mensen de bijbel te onderwijzen en hun aandacht vast te houden is een persoonlijke toepassing.”

Dat is een interessante opmerking, die voor een deel waar is. Want we lezen de bijbel met de verwachting dat we meer doen dan alleen oude geschiedenis leren. We hopen er meer uit te halen dan alleen informatie. We hopen dat het ons iets te zeggen heeft, relevant is voor onze levens, misschien iets met ons dóet. Dat is goed en terecht. Wat is dan het probleem?

Het probleem is dat we zo een serie verwachtingen hebben bij ons verlangen naar een bijbel die altijd relevant is voor mij, hier en nu. Drie belangrijke verwachtingen zijn:

1. Spreek tot mij: We gaan ervan uit dat de bijbel direct tot ons spreekt. Als we even stil staan en er over nadenken, zouden we herinneren dat – o ja! – het brieven zijn aan mensen in Korinte in de eerste eeuw, of liederen van het oude Israel. Maar dat vergeet je zomaar en je begint zomaar de woorden van de bladzijden af te lezen en rechtstreeks in je hart.

2. Spreek praktisch tot mij: Het probleem van die eerste verwachting wordt alleen maar versterkt als we de bijbel verbrokkelen tot hapklare brokjes, die zomaar uit hun context worden geplukt. Bijbel’verzen’ lezen versterkt het idee dat ik het stukje eruit kan halen dat alleen voor mij is. Omdat sommige van die bijbelstukjes duidelijk niet van toepassing zijn op mij, kan ik gerust blijven bij de aansprekende stukjes en de rest negeren.

3. Spreek tot mij alleen: we vergeten zomaar dat de bijbel voor het overgrote deel geschreven is aan gemeenschappen, niet aan individuen. Wanneer we daar dus woorden uitplukken en alleen maar onze indivuele situaties overdenken, komen we er niet aan toe te overwegen hoe een groep mensen de bijbel met elkaar in praktijk zou brengen.


Als ons Bijbellezen door deze verkeerde verwachtingen ontspoort, wat kunnen we er dan aan doen om in het goede spoor te blijven?

1. Luister mee: de bijbel is een verzameling geschriften uit een oude wereld, waar we eigenlijk in mee-luisteren. De eerste stap in goed lezen is te kijken wat de verschillende boeken allereerst betekenden in hun eigen wereld. De woorden klinken in een context – historisch, cultureel en religieus. God sprak eerst tot andere mensen voordat hij tot ons sprak, en om te weten wat God vandaag zegt, moeten we eerst weten wat God toen te zeggen had.

2. Lees breed: de bijbel is een verzameling geschriften die bedoeld is om in z’n geheel te lezen. De boeken hebben ieder een eigen karakter als oude literatuur die op hun eigen manier werkt. Het zijn verhalen, liederen, brieven, en nog veel meer, en moeten zo ook gelezen worden. Dan komen ze samen om het doorgaande verhaal te vertellen van Gods reddend werk in de geschiedenis. Lees dus hele boeken in plaats van altijd maar heen en weer te springen tussen kleine brokjes. Neem dan de boeken bij elkaar en lees ze als groot-verhaal. (dat is makkelijker als je een bijbeltekst neemt zonder al die cijfertjes en kopjes ertussen). We vinden onze identiteit meer als deel van het verhaal dan in individuele beloften en waarheden.

3. Denk aan ‘ons’: de bijbel is een verzameling geschriften gericht aan gemeenschappen, om hen te vertellen waar God mee bezig is en hoe die gemeenschappen kunnen meedoen in Gods project om de schepping te redden. God schept gemeenschappen voor restauratie, bedoeld om zichtbaar te maken waar het verhaal van deze wereld naar toe gaat. Onze individuele levens spelen een belangrijke rol in dit grotere verhaal, maar de transformatie gebeurt doordat hele gemeenschappen van Gods volk reddend samenwerken. Lees de bijbel met anderen.

Dit is dus mijn punt: de bijbel was nooit bedoeld om jou een persoonlijke toepassing te geven vanuit ieder vers. Soms kan het goed zijn om alleen maar te lezen, te leren en te begrijpen wat God aan het doen is in de geschiedenis van zijn volk. We kunnen ontspannen, breed lezen en meeluisteren. Zonder noodzaak om een of andere toepassing eruit te persen, waar die er niet is.

We moeten de bijbel de tijd geven en de druk weg nemen om continue het te moeten toepassen.

Maar maak je geen zorgen. Als we regelmatig en goed met de bijbel omgaan, heeft het meer dan genoeg te zeggen over onze levens nu. We groeien dan in verdiepende kennis van God en zijn eindeloze werk om de wereld te veranderen. Deze vorming in ons heeft de tijd nodig, maar is dieper en meer transformerend dan de snelle toepassing waartoe we zo vaak aangezet worden. Die vorming gaat werken als we de boeken van de bijbel van binnenuit kennen en dat reddingsverhaal beginnen uit te leven in onze eigen situatie.

Dus, ja! – de Schriften zijn bruikbaar voor ons vandaag. Maar ze zijn bedoeld om op een bepaalde manier te gebruiken. We hebben geen handboek gekregen met praktische tips voor iedere situatie. We hebben een bibliotheek van boeken uit de oudheid gekregen die ons vertelt over het eerste deel van Gods groot-verhaal. Langzamerhand opent de bijbel hoe God reddend en helend bezig is, en dan nodigt het ons uit om onze rol daarin in te nemen.

Wij doen mee in het drama van verlossing. En het meest geschikte instrument dat we hebben om ons leren hoe te leven is de bijbel – het script van het verhaal dat ver voor ons begonnen is.

Lees het. Leer het. Leef het. Dat is de vorm van toepassing waar de bijbel voor bedoeld was.

(mijn vertaling van dit artikel)

Zoek je nog een vakantieboek…?

… Dan is dit misschien wat voor je: God is een vluchteling, van David Dessin. De ondertitel zegt het al: “de terugkeer van het christendom in de Lage Landen.”

De media kan de indruk geven dat er veel moslims onder de migranten in Europa zitten, maar onderbelicht blijft dat er onder de migranten ook veel christenen zijn. Waardoor christelijke gemeenschappen zich vestigen in Europa.

De schrijver beschrijft zijn ontmoeting met christenen uit het Midden-Oosten, Azië en Afrika. Het zijn allemaal ontmoetingen met migranten-christenen die in Antwerpen wonen. Door die ontmoetingen heen weeft de schrijver de geschiedenis van de oude kerken waar ze vandaan komen.

Wat doet dit allemaal met een post-christelijk Europa?

“De instroom van christelijke vluchtelingen en migranten zal ons de volgende jaren alleen maar meer confronteren met die aardverschuiving in het christendom. Het Europese christendom kan dan op zijn retour zijn, het christendom in Europa is springlevend. Het is alleen niet Europees meer.” (pg. 193)

“Misschien wordt het tijd om te erkennen dat het christendom in feite – op enkele eeuwen na – nooit exclusief Europees is geweest. Stel dat de volgende duizend jaar van het christendom zich in Afrika of Azië zullen afspelen, en het christendom in Europa terugvalt op een kleine minderheid, vergelijkbaar met de christenen in Azië… ‘Ik ben bij u, tot het einde van de wereld’, beloofde Christus op een heuvel in het westen van Azië. Het is niet onmogelijk dat het christendom zal blijven bestaan tot het einde van de wereld, maar nergens staat geschreven dat dit in Europa zal zijn.” (pg. 203)