Gods Woord werkt (3/4)

1.

In dit artikel vat ik hoofdstuk 3 samen van het boek van Leeman. Want hierin peilt hij het probleem van de kerk op een diepte, die alles bepalend is voor wat er nodig is in de kerk. Na  de eerste twee hoofdstukken, met een stevige theologische fundering, gaat er wel wat knagen: “Is het echt vol te houden, dat alleen Gods Woord werkt?” Leeman noemt wat vragen: Hoe vaak heb ik niet over Jezus Christus verteld aan niet-christenen, zonder enige uitwerking? Hoe vaak kan Gods Woord jezelf weinig zeggen? Week in week uit bereid je een preek voor, sta je op de preekstoel, stal je Gods Woord uit. Maar er verandert zo weinig. En wanneer je naar huis loopt, loop je langs een grote bouwput, waar een trendy nieuwe kerk uit de grond wordt gestampt, met 5000 zitplaatsen, videoschermen en bands. Zucht… Is dat echt vol te houden, dat alleen Gods Woord werkt?

Het is heel verleidelijk om dan op zoek te gaan naar aanvullingen, die meer effect hebben. Aparte diensten voor bepaalde doelgroepen, andere kledingstijl en vlotte uitstraling. Dit vindt de schrijver heel begrijpelijk, maar het baart hem tegelijk grote zorgen. Want spreekt er niet uit dat Gods Woord alleen ‘niet werkt’? Dé vraag die de schrijver in dit hoofdstuk oppakt is: Heeft God echt marketing nodig om zondaars voor Hem te laten buigen?

2.

Die laatste zin geeft aan hoe Leeman er naar wil kijken: we hebben te maken met ‘zondaars’. Hij vergelijkt de zonde met een verslaving. Ik ben verslaafd aan zonden als trots en ijdelheid. Ik weet wat het is om iets te doen, terwijl ik weet dat het niet goed voor me is. Typisch voor een verslaving! Een verleiding komt op, je weet dat je niet moet toegeven, maar toch doe je het. De belofte van genot brengt je zover dat je het alle moeite waard vindt. Zo overtuigt de zonde je hart ervan dat Gods waarheid een leugen is, en dat zonde grotere vreugde geeft dan God. Dat is onze toestand: vanaf onze geboorte verslaafd. Onze gevoelens, verlangens en denken zijn ingekapseld door de zonde. Je bent niet vrij. Ons probleem zit dus diep in onze aard. De zonde doet je geloven dat je zelf op de troon hoort te zitten in plaats van God. Ondertussen kan je best ‘in God geloven’, omdat Hij nog wel handig van pas kan komen.

Dít is het probleem waar de kerk mee van doen heeft, stelt Leeman. Het gaat er niet om dat we mensen op andere gedachten proberen te brengen door goede technieken. We kunnen mensen aantrekken met onze kledingstijl of meeslepende muziek. We kunnen dankbaarheid opwekken door goede werken. Maar wanneer we te maken hebben met onze zondige aard, hebben we te maken met iets heel anders. Het is alsof je een panter vraagt zijn vlekken te veranderen (Jeremia 13:23). Wat mensen nodig hebben is geen verandering van denken, maar een verandering van hun hart. Muziek, stijl, wet of goede daden kunnen dat niet bewerken. Daarvoor heb je goddelijke kracht nodig.

3.

Alleen de waarheid van Gods Woord, gewerkt door de heilige Geest, kan dit bewerken en bevrijding geven. Alleen door de confrontatie van waarheid met leugen vindt de beslissende slag plaats die het hart kan veranderen.  Leeman haalt hier een treffende bijbeltekst bij: “Maar God zij gedankt: u was slaven van de zonde, maar nu gehoorzaamt u van ganser harte de leer waaraan u zich hebt toevertrouwd, en bevrijd van de zonde hebt u zich in dienst gesteld van de gerechtigheid” (Rom. 6:17-18).

Heeft God marketing nodig om zondaars voor Hem te laten buigen? Nadenkend over de aard van de zonde, komt Leeman tot zijn antwoord, dat je móet volhouden dat alleen Gods Woord bevrijding kan werden. En de prioriteit in de gemeente moet dan ook zijn de ‘bediening van het Woord’. Er is geen andere macht in het universum, die zich kan meten met Gods macht om werelden in het leven te roepen of de dood te overwinnen.

4.

Doen allerlei andere middelen die je in de gemeente gebruikt er dan niet toe? Sommigen hebben een opvallende gave die z’n uitwerking heeft. En je kan zorg en gastvrijheid toch niet verwaarlozen? Leeman wuift dit niet weg, maar wil het wel op z’n goede plek zetten. Hij noemt al deze elementen het ‘platform’ voor Gods Woord. Je hebt een gebouw nodig, je hebt relaties nodig, je moet rekenen met de context. Dit zijn allemaal elementen die ruimte kunnen scheppen om Gods Woord te laten spreken. Maar de schrijver is bang dat hier het gesprek vaak ophoudt. Daarom merkt hij hier nog drie dingen bij op:

  1. Je moet hier verstandig mee omgaan. Als ondersteuning voor het Woord mag je hier volop gebruik van maken
  2. Wees alert op de verleiding om aan deze middelen de hoogste waarde toe te kennen náást Gods Woord. Daarmee geef je zomaar de boodschap af dat Gods Woord niet voldoende is.
  3. God gebruikt vaak zwakken, armen en onaanzienlijken om zondaars naar zich toe te halen. Daarmee demonstreert Hij dat alleen Hij de macht heeft (vgl. 1 Korinte 1:26-29).

Tegelijk is er wel iets wat God bedoeld heeft om de aandacht van de wereld te trekken: de heiligheid en opofferende liefde van christenen. Goede werken zijn niet noodzakelijk voor Gods Woord en zijn Geest om nieuw leven te geven. Maar goede werken zijn wel noodzakelijk om de reputatie van de kerk en haar Heer hoog te houden, om te demonstreren dat Hij meent wat Hij zegt.

5.

Ik eindig hier met een beeld wat Leeman gebruikt. Het maakt duidelijk dat als je het probleem niet op deze diepte peilt, dat je dan slechts cosmetisch bezig bent.

Een zogenaamde koning zit op zijn zelfgemaakte troon, ervan overtuigd dat alle eer en macht van hem is (als beeld van de mens als zondaar). Dan komt een gezant van de echte koning de gammele troonzaal binnen en zegt eenvoudig; “De echte Koning komt eraan. Hij is bereid te vergeven. Geef je over.” Dit is het alles bepalende moment, waar de slag gewonnen of verloren wordt. De waarheid staart de leugen in het gezicht, en iedereen die erbij staat wil weten: zal de zogenaamde koning wel of niet luisteren?

Stel nu, dat de gezant besluit om de woorden van de ware koning wat te verzachten. Hij vertelt de zogenaamde koning niet om zich over te geven. In plaats daarvan vertelt hij dat hij een geweldig aanbod heeft voor een relatie met de ware koning. Ondertussen speelt hij wat sfeermuziek en vertelt mooie verhalen. Hij doet er alles aan om de bedrieger te vleien dat hij ‘ok’ is. Zou de gezant verder komen? Misschien wel. Hij krijgt de schijnkoning misschien zelfs zover dat hij zich een vriend van de ware koning noemt. Ondertussen bevestigt de gezant alleen maar het kaartenhuis, omdat er geen overgave is. De gezant is er in geslaagd een ‘naam-christen’ te scheppen. (pg. 71)

Zo laat je mensen denken dat ze christen zijn, terwijl ze hun eeuwige ondergang tegemoet gaan…

(Voor het tweede deel van deze bespreking, zie hier.

In een volgend artikel stel ik de vraag wat Leeman bereikt bij mij.)

2 gedachtes over “Gods Woord werkt (3/4)

  1. Pingback: Gods Woord werkt (4/4) « De bijbel als groot verhaal lezen

  2. Pingback: Gods Woord werkt (2/4) « De bijbel als groot verhaal lezen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s