Een confronterend gesprek – nabeschouwing (4)

Uitwerking

De verleiding is groot om met ‘oplossingen’ te komen. We willen graag wat doen en het gevoel hebben dat we aan de weg aan het timmeren zijn. Zoals iemand reageerde op dat gesprek van die vijf schrijvers: “De oplossing ontbreekt… is dit niet te makkelijk vanaf de zijlijn roepen dat het niet goed gaat?” Toch blijf ik bij mijn opmerking uit het begin: “we kunnen er alleen maar ons voordeel mee doen, door dat pijnlijke gegeven voluit te omarmen”. In de pijn gaan staan, eerlijk onder ogen zien, met lege handen voor God gaan staan. Om met de woorden van Alan R. te spreken: “Het is toch alleen maar heilzaam, als het de Geest is die de kerken zo verstoord en oproept om onze gerichtheid te veranderen?”

Dus ga eerst maar ’s met elkaar proberen goed in beeld te brengen waar de zorgen zitten in je gemeente. Vind het goede niveau (de laag van hardware) en kijk naar elkaar en elkaars hart. Dat is al een hele kunst! Probeer maar ’s tot een breed gedragen erkenning te komen dat het ons door de vingers glipt. Waarom zou een kerkenraad juist daarin niet de gemeente voorgaan, door zelf haar verlegenheid, zonder enige toedekking, hardop uit te spreken? Zoeken naar vormen hoe je daarin samen voor God kan gaan staan. Zoeken naar oprechte, hart-elijke verootmoediging. Laat je daarin helpen, door een langer durend gemeentetraject te maken rond het boek Klaagliederen. Alle opsmuk eraf gepoetst. Pijnlijk, confronterend, maar zo louterend! En kruip daarna met elkaar diepgaand door het bijbelboek Efeze heen, om de ‘nieuwe verbeelding’ te pakken te krijgen die Paulus uittekent. Al biddend dat Gods Geest daardoor heen een ‘samen’ laat groeien.

Laat de eerlijke vragen dan maar opkomen, leg ze maar op tafel. Kan dat eigenlijk nog wel, lichaam van Christus zijn in grote (volks)kerken? Kan je daar echt werken aan een sterke harts-overtuiging bij elkaar? Wordt dat niet steeds weer afgeremd door een bepaalde vrijblijvendheid? Wat is in het belang van de gemeente: dat de orde niet te veel verstoord wordt? Of dat de gemeente meer naar haar hoofd Christus toegroeit? Als we iets met elkaar te pakken krijgen van Gods bedoeling met ons samen als gemeente, durven we dan ook eerlijk te kijken naar de ‘operating system’? Is dat nog dienstbaar aan die nieuwe verbeelding van kerk-zijn? En wat betekent dat voor hoe we de kerkdiensten vormgeven? Alles eerlijk willen doorlichten, omdat we gegrepen zijn door Christus en tot op het bot “iedere gedachte willen krijgsgevangene maken om haar aan Christus te onderwerpen” (2 Korinte 10:5).

Hier ligt mijn drive, hier zie ik mijn roeping liggen. Ik heb het zo voor mezelf verwoord: “Mijn passie is om de kerk, als lichaam van Christus, te begeleiden in een leerproces, waarin ze zich bewust wordt van haar roeping en dat door vertaalt naar betrokkenheid in de wereld om haar heen, waar Jezus zijn lichaam plaatst.” 

Slot

Zo hoop ik dat deze nabeschouwing een voorbeschouwing wordt…

— wordt vervolgd —

2 gedachtes over “Een confronterend gesprek – nabeschouwing (4)

  1. Gerrit

    “In de pijn gaan staan, eerlijk onder ogen zien, met lege handen voor God gaan staan.” Inderdaad, het onvolmaakt omarmen – dat zijn de termen die je gebruikt. Ook al kom je niet met een oplossing, je wijst wel een richting aan. En die denkrichting geeft rust, mij tenminste. Want zitten, verdergaand in deze richting, de ‘oplossingen’ niet in het alledaagse, en dan het accepteren van het alledaagse, de goede en de moeilijke kanten daarvan. Ik zou zelf de weg van Jean Vanier niet makkelijk gaan (helemaal samen leven met geestelijk gehandicapten in woongemeenschappen), maar voel me wel aangesproken door zijn visie, die het hele leven raakt, de manier waarop wij ons tot elkaar verhouden, de manier waarop we zijn en er voor elkaar zijn. In het kader van zijn overlijden deze week kwam ik bijvoorbeeld een uitspraak van hem tegen: “Genuine healing happens here, not in miraculous cures, but through mutual respect, care, and love. Paradoxically, vulnerability becomes a source of strength and wholeness, a place of reconciliation and communion with others.” Daar moest ik aan denken toen jij nogmaals zo nadrukkelijk zei: “we kunnen er alleen maar ons voordeel mee doen, door dat pijnlijke gegeven (het onvolmaakte) voluit te omarmen”. Dus: vulnerability becomes a source of strength and wholeness.
    Ik denk niet dat ik helemaal recht doe aan jouw bedoeling met de serie, maar dit element raakte me en heeft in lijn met jouw betoog ook iets te zeggen over gemeente zijn.

    Like

    1. Dag Gerrit,

      Dit raakt zeker aan mijn serie! In zo’n serie kan ik natuurlijk niet meer doen dan wat aanstippen. Maar dit raakt absoluut aan het thema kwetsbaar-zijn! En mooi, zoals je dan verbindingen gaat zien met het alledaagse! Wat ik verder laat liggen, maar zelf zie als een ‘bodem-snaar’ om met elkaar te oefenen is: wat betekent het om schepsel te zijn van de Schepper? Klein, broos, breekbaar, kwetsbaar, begrensd, maar gevuld met zijn adem?! Wat betekent het om jou ook zo te zien? Hoe doe je dat, met elkaar leven als schepsels uit de hand van de grote Schepper? Zulke basisvragen, waar we volgens mij geen goed antwoord op hebben, makkelijk overslaan (of bekend vooronderstellen) en dan gaan ruziën over m/v en ambt of geaardheid. Alsof we het over dat basale eens zouden zijn. Maar als we samen alles afleggen en eerst maar ’s gaan oefenen schepsel te zijn in de hand van de Schepper, dan kom je uit op dat alledaagse! Het aardse, gebroken, creatuurlijk. Wat kan dat een ruimte scheppen! Of beter gezegd: Wat schept de Schepper dan levensruimte!

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s