De identiteit van de dominee

Pastor of dominee, waar haal jij je identiteit uit? Laat dit filmpje jezelf ’s doorlichten. Het boek waar het hier over gaat is ‘ontmaskerend’  maar daarmee ook heilzaam. Een aanrader!

(bron van filmpje: Desiring God)

Leven in het licht van de Drie-enige (3)

Er is een boekje uit over God de Drie-Enige, wat geschreven is voor gemeenteleden. Ik wil in drie blog-artikelen wat schetsen van dit nieuwe boekje. Omdat dit echt gelezen moet worden. Ik hoop dat het iemand er toe aanzet om dit nu ook in het Nederlands te vertalen en uit te geven.

De schrijver Sam Allberry heeft zijn boek opgezet in twee delen. Het eerste deel gaat over de Drie-Enige en God. Het tweede deel gaat over de Drie-Enige en wij. In dit derde artikel wil ik als slot wat weergeven van wat Allberry schrijft over ons bidden.

Bidden begint niet met technieken, stelt de auteur. De bijbel doet niet aan techniek, maar aan theologie. Leren van het voorbeeld van vrome mensen en nadenken over de praktische kant hebben wel hun plek, maar allereerst moeten we erbij stil staan wie God is. Gebed begint niet met wat wij doen, maar met wie God is. Falen in je bidden is vaak een falen in het bevatten van wie God echt is. Om bidden te begrijpen moeten we Hem, de Drie-enige, begrijpen. Allberry zet dan dit hoofdstuk over bidden op vanuit de driedeling in Efeze 2:18 – “dankzij Jezus Christus hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader”. Ik wil geen samenvatting geven van wat de schrijver over deze drie zegt. Bij elk Persoon van de Drie-enige gebruikt hij een beeld om de rol van God in ons bidden te schetsen. Die gedeelten vertaal ik hier. Voor de rest moet je zelf het boekje maar gaan lezen.

“Door één Geest”

Denk aan een vader die zijn zoon leert om een goede zwaai te maken met een golfstok. De vader zal zijn zoon niet aan de kant zetten om te zien hoe de vader dat doet om daar aantekeningen van te maken. Hij zal gebogen over zijn zoon heen staan, zijn handen over die van zijn zoon doen, zijn grip verstevigen, zodat ze samen de golfstok zwaaien. Je kan niet zeggen wie van hun nou het schot gedaan heeft; dat deden ze allebei.

De Geest helpt ons in ons bidden. En terwijl Hij bidt, doet Hij dat op een bijzondere manier: “de Geest pleit voor allen die hem toebehoren volgens Gods wil” (Romeinen 8:27)… Hij is in staat onze zwakke gebeden op te pakken en ze in de goede richting te sturen, met ons de zwaai van de golfstok te maken, zodat de bal zijn doel bereikt, ondanks onze zwakke grip en slechte mikken… Geen gebed is dus een verspild gebed. (pg. 143)

“Dankzij Jezus Christus”

Ik mocht als pastor een keer een gasfabriek bezoeken. De man die mij meenam en rondleidde, Kees heette hij, had een hoge positie in het bedrijf. Ik wist niet wat ik kon verwachten. Wat de dag onvergetelijk maakte, waren niet alle indrukken die ik opdeed, maar het respect wat ik genoot, omdat ik bij Kees hoorde. Hij had het personeel duidelijk gemaakt dat ik zijn gast was deze dag en dat ze deze gast dezelfde hoffelijkheid moesten bieden, die ook bij Kees hoorde. En dat was heel wat!

Ik weet niks van gasproduktie. Ik wist geeneens dat gas geproduceerd moest worden. Ik dacht dat ze het regelrecht oppompten en naar m’n huis transporteerden. En toch stond ik hier met dezelfde behandeling als een werkgever. Mensen die veel meer verdienen dan ik ooit zal verdienen, renden gehaast rond om ervoor te zorgen dat ik alles kreeg wat ik nodig had. Om het mij gemakkelijk te maken en mij met eindeloos geduld uit te leggen wat er gebeurde in zo’n gasfabriek. Ik weet zeker dat ze betere dingen te doen hadden, maar die dag zetten ze alles in om het iemand naar de zin te maken die eigenlijk niks te zoeken had in hun bedrijf. En dat alles om één reden: Kees had tegen ze gezegd “hij hoort bij mij”. Dat veranderde alles. Zonder die status, was ik nooit door het hek bij de ingang gekomen! Maar mét die status, kon ik zo naar binnen als gast van de hooggeplaatste Kees.

Jezus is gezonden om de omgang met de Drie-enige te openen. Door zijn leven, sterven en opstaan heeft hij onze vergeving en adoptie verzekerd. Wij horen nu bij Hem. En dat betekent dat we binnen mogen komen op zijn niveau. Dat maakt zo’n verschil in bidden, als je dit bedenkt. (pg. 144-146)

“Tot de Vader”

Er is een foto van president John. F. Kennedy. Hij zit aan het bureau in de Oval Office, werkend aan een stapel papier. Onder het bureau zien we zijn zoon John-John, die zijn hoofd eronder uit steekt en naar de camera kijkt. Een prachtig plaatje! Dit is een van de meest beveiligde kamers in de wereld. Daar loop je niet zomaar binnen om gedag te zeggen. Er zijn allerlei beveiligingsstappen. En toch kan kleine John-John binnen hobbelen met zijn speeltjes, onder zijn vaders bureau zitten, en op de vloer spelen. JFK mag dan de president zijn voor alle andere mensen, voor deze jongen is het zijn vader. Het is een plaatje van vertrouwdheid en toegankelijkheid, zelfs bij de machtigste man op aarde.

Ik heb een kopie van deze foto op mijn werkkamer staan om me eraan te herinneren dat het zo’n toegang is die wij nu genieten bij God. Hij is de grote soevereine Heer, en tegelijk ook onze Vader. Wanneer wij aankloppen, zal Hij antwoorden. Wanneer we Hem opzoeken, zullen we Hem vinden. Zeker weten. Wij vragen en Hij zal geven zonder aarzeling. Onze Vader is toegankelijk. (pg. 153)

Wat een God, dat Hij de omgang met Hemzelf herstelt. We mogen bij Hem binnen komen. Wat heerlijk is uw Naam!

Leven in het licht van de Drie-Enige (2)

Er is een boekje uit over God de Drie-Enige, wat geschreven is voor gemeenteleden. Ik wil in drie blog-artikelen wat schetsen van dit nieuwe boekje. Omdat dit echt gelezen moet worden. Ik hoop dat het iemand er toe aanzet om dit nu ook in het Nederlands te vertalen en uit te geven.

De schrijver Sam Allberry heeft zijn boek opgezet in twee delen. Het eerste deel gaat over de Drie-Enige en God. Het tweede deel gaat over de Drie-Enige en wij. In dit artikel wil ik dat tweede deel kort schetsen.

Het tweede deel is ook opgezet met een mooie beweging. Het begint (h. 5) met het hoogtepunt van Gods schepping: de mens. Het volgende hoofdstuk (6) gaat dan door op de verschillen in schepping: man en vrouw. Daarna volgt een hoofdstuk (7) over De Drie-Enige en de kerk. Zowel het hoofdstuk over m/v als de kerk werkt vanuit de eenheid en de verscheidenheid die er is en uitdrukking is van God de Drie-Enige zelf. Het hoofdstuk over de kerk heeft een prachtige titel: “Showing God to the world”. Hoofdstuk 8 werkt onze omgang met God de Drie-Enige uit in ons bidden. Dit tweede deel loopt uit op onze verheerlijking van de Drie-Enige (h. 9).

In deze beweging wil ik uit de verschillende hoofdstukken een paar prachtige citaten geven. Het hoofdstuk over gebed stond zo vol met onderstrepingen en uitroeptekens van mij, dat ik in een volgend artikel apart aandacht geef aan dat hoofdstuk 8.

Als opening van deel 2 maakt de schrijver een paar belangrijke opmerkingen als ‘brug’ vanuit deel 1.

“Wat wij ook over deze God leren, het zal een praktische betekenis hebben voor ons begrip van het universum waarin wij leven, en daarin ook onszelf. God maakte ons ‘naar zijn beeld’: hoe meer wij Hem gaan begrijpen, hoe meer we gaan begrijpen hoe Hij het heeft bedoeld. God leren kennen kan hard werken zijn, maar de uitwerking zal groot zijn. Een klein inzicht in God kan een groot inzicht in onszelf opleveren. Dus als wij beginnen te bevatten dat God Drie-enig is, mogen we verwachten dat het belangrijke praktische toepassing heeft op ons leven.” (78-79)

In het volgende hoofdstuk 6, over m/v, maakt de schrijver de prikkelende opmerking:

“Wat er op het spel staat in deze bezinning is niet of wij wel of niet in het gareel lopen met onze cultuur, maar of we ons wel of niet in het gareel vinden met hoe God werkt als God. Wees dus eerlijk: welke van deze twee vind jij het belangrijkst?” (101-102)

“Alleen door het drie-enige karakter van God te begrijpen zullen mannen en vrouwen echt leren op een goede manier met elkaar om te gaan. Alleen de Drie-Enige kan ons een juiste kijk geven waarin verschil en gelijkheid goed samen gaan. Dan zie je de eenheid die komt vanuit verscheidenheid die je mag vieren. Zo kunnen mensen aangemoedigd worden om hun roeping in te vullen als mannen en vrouwen.” (114)

De kerk is een zichtbare hulp van de Drie-Enige, zegt de schrijver aan het begin van hoofdstuk 7. Iets van Gods drie-in-een komt tot uitdrukking in het leven van zijn volk. Samen met het huwelijk, is de kerk Gods illustratie aan ons van zijn drie-enige leven. (117) In dit hoofdstuk komen onze ‘gaven’ aan bod en de kerk als lichaam van Christus. Daarbij een scherp citaat:

“Ik denk aan diegenen die regelmatig naar de kerk komen en het zien als hun kerk, maar geen poging doen om de andere mensen te leren kennen. In mijn kerk zijn dat de degenen waarvoor ik naar de uitgang moet racen na de dienst, wil ik ze nog even kunnen groeten voordat ze vertrokken zijn. Elke kerk heeft zulke leden. Misschien ben jij wel zo één. Als jij zo bent, kan ik jou niet veranderen om je zo te gedragen. Maar ik kan je wel zeggen dat elke week dat jij je kerkelijke familie ontvlucht, ontvlucht je Jezus zelf. Je kan theologisch alles heel goed weten en op een rijtje hebben. Je kan heel gedisciplineerd zijn in je persoonlijke omgang met God. Maar als jij niet geïnteresseerd bent in je eigen kerkelijke familie, is jouw relatie met Jezus heel erg mager. Jouw houding tegenover jouw mede gemeenteleden zegt heel veel over jouw houding tegenover Jezus. Negeer dan alsjebelieft de kerk helemaal, maar doe dan niet alsof je Jezus liefhebt.” (130)

Ik kan het niet laten nog twee citaten te geven uit de finale van het boek (h. 9).

“Dit is iets waar wij voortdurend aan herinnert moeten worden: Gods werk gaat om zoveel meer dan ik. Het is niet het einddoel van al Gods plannen als ik tot geloof kom. Het evangelie gaat over wat Hij aan het doen is met de hele schepping en de hele werkelijkheid. Alles moet onder Jezus geschikt worden. Alle dingen zijn door Hem gemaakt, alle dingen worden door Hem bij elkaar gehouden. En op een dag zullen alle dingen weer met elkaar verbonden worden onder Hem. Ik ben niet alleen door Hem gered, maar ook voor Hem. Het evangelie gaat uiteindelijk om zijn wil, niet de mijne. Hij zal superieur zijn over de schepping. Alles zal zijn ware plek vinden en in elkaar passen onder Hem. Dat is waar alles op af stevent. Paulus heeft ons erop gewezen dat wij ‘voor de grondlegging van de wereld’ door de Vader zijn uitgekozen, en nu trekt Paulus onze aandacht naar de toekomstige eeuwigheid… onze plaats in dit alles komt doordat we ‘in Christus’ zijn. De zegen die God ons toewijst, en zijn Geest uitwerkt, ontvangen wij, door geloof, omdat we in de Zoon geborgen zijn.” (165)

“Wij zijn Gods geschenk aan Hemzelf. Hij had ons niet nodig. We vullen niet een of ander gemis in God op. Hij heeft ons gekocht voor zijn eigen vreugde. Zelfs zo, dat Hij zijn eigendomsmerk op ons aanbracht toen we van Hem werden. We zijn verzegeld in Christus door zijn Geest. Wij zijn dezijne voor eeuwig. Niemand kan ons van Hem scheiden.” (168)

Een zinderende zekerheid! Een volgend artikel pakt dus dat ene hoofdstuk op over bidden. Over hoe die zekerheid – opgepakt te zijn door de Drie-Enige – in ons binnenste woelt en reageert.

Leven in het licht van de Drie-Enige

Vroeger is mij geleerd dat de leer van de Drieëenheid een noodzakelijk onderdeel is van onze geloofsleer. Waarbij het ging over een onmogelijke rekensom, die je toch niet kon snappen. Inmiddels ben ik het kennen van de Drie-Enige gaan zien als de bron van al ons kennen en stamelend verwoorden van onze geloofsleer. Kijk alleen al naar de Apostolische Geloofsbelijdenis, hoe die alles voort doet komen vanuit de belijdenis van God de Vader, de Zoon en de heilige Geest.

Twee jaar geleden las ik een boek over God de Drie-Enige die mijn venster op God, ons leven en de wereld nog verder open gooide en verdiepte. Tegelijk was dat een behoorlijk pittig theologisch boek, waarvan je niet mag vragen dat het breder in de gemeente gelezen zou kunnen worden. Maar dat gun je de gemeente wel zo! Nu is er een boekje uit over God de Drie-Enige, wat geschreven is voor gemeenteleden. Ik wil in drie blog-artikelen wat schetsen van dit nieuwe boekje. Omdat dit echt gelezen moet worden. Ik hoop dat het iemand er toe aanzet om dit nu ook in het Nederlands te vertalen en uit te geven.

De schrijver Sam Allberry heeft zijn boek opgezet in twee delen. Het eerste deel gaat over de Drie-Enige en God. Het tweede deel gaat over de Drie-Enige en wij. In dit artikel wil ik dat eerste deel kort schetsen.

In de inleiding schrijft Allberry dat “de Drie-Enige God begrijpen ons helpt om meer te gaan begrijpen van allerlei dingen die voor ons zo kostbaar zijn: vriendschap, huwelijk, kerk, liefde, dienen, identiteit” (15). In hoofdstuk 1 begint de schrijver met Jezus’ antwoord aan een schriftgeleerde, waarin Hij Deuteronomium 6:4 aanhaalt (Markus 12:29): “Luister, Israël! De Heer, onze God, is de enige Heer”. God is één. Dat moet onze levenstoewijding en roeping bepalen. In hoofdstuk 2 gaat de schrijver daarop door en werkt de ‘integriteit van God’ uit. Je kan de drie goddelijke Personen niet tegen elkaar uitspelen. Hij werkt dat verder uit in het kijken naar het kruis en naar het christelijk leven. Hoofdstuk 3 gaat dan door over God die drie Personen is. Een mooi citaat, voordat hij de bijbel langs gaat:

“Hoe dichter we bij deze God komen, hoe preciezer we naar Hem proberen te kijken, terwijl de Schriften uitrollen en God zichzelf steeds verder bekend maakt, ontdekken we dat er een complexiteit is in zijn Een-zijn. Het bevat een dynamiek, een dimensie die ons niet zou zijn opgevallen met een vluchtige afstandelijke blik” (49).

Deel 1 loopt uit op hoofdstuk 4 met de prachtige titel: “Het feest dat nooit ophoudt” (62). De volheid van de Drie-Enige God wordt daarin helder getekend. Ik wil uit deze finale van deel 1 een langer stuk citeren, wat de diepte van het kennen van God de Drie-Enige voelbaar maakt voor ons, zijn schepselen.

God is niet afhankelijk van ons

God heeft ons niet gemaakt omdat Hij zelf een relationele behoefte had waarin wij moesten voorzien. De Drie-Enige is vanaf het begin volmaakte gemeenschap. De Personen van de Godheid hebben een vreugde in elkaar die nooit ophoudt. God was niet verveeld en miste niks. Hij woonde niet in de eeuwigheid voor de schepping in eenzaamheid, zich afvragend wanneer het tijd werd om wat gezelschap te scheppen. Omdat God Drie-Enig is, is hij nooit alleen geweest. De Personen van de Drie-Enige hebben altijd een volmaakt leven met elkaar genoten.

Het kan een bijzonder moment zijn wanneer een kind voor het eerst gaat beseffen, dat zijn ouders ooit een leven hadden voordat er kinderen kwamen. Ik kan me nog herinneren dat het langzaam tot me doordrong dat mijn ouders een tijd gekend hebben met elkaar zonder mijn broer en ik. Ze hebben een tijd in Australië gewoond voordat ze terug keerden naar Engeland en daar gingen wonen. Ik weet nog dat ze ons fotoboeken lieten zien van deze tijd en verhalen vertelden over dingen die gebeurd waren. Ze hadden een heerlijke tijd met elkaar los van ons, hun kinderen. Ik had me dit eerder nooit gerealiseerd. Ik denk dat ik dacht dat het leven voor mijn ouders was begonnen toen wij als kinderen erbij kwamen. Maar daar zag ik ze in een land ver weg, genietend van hun leven. Ze waren niet alleen ouders met elkaar, maar hadden een relatie met elkaar op zichzelf.

Beseffen dat jij niet het centrum van alles bent leidt tot grotere veiligheid. Als je in het middelpunt staat brengt dat de grote last met zich mee dat alles uiteindelijk op jou neerkomt. In plaats van jezelf te zien als de oorzaak van het geluk van je ouders, kan je jezelf gaan zien als het product van het geluk van je ouders. Het hangt niet van jou af. Iets anders is het hart ervan.

Zo’n soort verschuiving in je denken krijg je als we de betekenis van de Drie-Enige gaan aanvoelen. God heeft ons niet gemaakt omdat Hij ons nodig had. Hij kende geen relationeel gebrek zonder ons. Wij zijn niet geschapen om een of ander gemis in God op te vullen. Hij was niet alleen.

Dit kan je eerst ongemakkelijk maken. We dachten misschien dat Gods plannen en liefde helemaal om ons draaide. Dat wij in het centrum van Gods hart stonden.  Maar dan ga je iets opvangen van de eindeloze vreugde die de Personen van de Drie-Enige hebben voor elkaar. En we gaan inzien dat binnen de Drie-Enige, God een eigen leeft had los van ons. Hij was volmaakt in zichzelf voordat wij in het verhaal kwamen.  En je gaat zien hoe wij niet vooral de oorzaak zijn van Gods vreugde, maar als het product van Gods vreugde.

Net als dat kind, brengt dit je tot diepere veiligheid.  Wij zijn niet het centrum van Gods wereld. Dat is Hij zelf. De Drie-Enige toont ons onze ware plek, niet in het centrum maar in een baan er omheen. In plaats van te denken dat het allemaal om ons draait, gaan we genieten van waar het echt allemaal om draait: Gods genieten van zichzelf als Drie-Enige.” (70-71)

Ik citeer nog één alinea aan het eind van dit hoofdstuk (en van deel 1):

“Het evangelie klinkt soms alsof het alleen maar een ticket is naar een beter leven in de ‘hemel’. Soms wordt het gebracht alsof het niet meer is dan een middel tot vergeving en om aan straf te ontkomen. Maar ten diepste is het evangelie een uitnodiging om binnen de gemeenschap van de Drie-Enige God te komen. Door het sterven en opstaan van Christus, is deze volmaakte band van relaties open gezet om ons erin te laten deelnemen” (72)

Hoe dit het heel ons leven in een tintelend licht zet wordt uitgepakt in deel 2 van het boek. Dat is voor een volgend artikel… “Heer, U bent mijn leven!”

Nieuw boek van Goldsworthy

Goldsworthy’s laatst geschreven boek:

Christ-centred Biblical Theology.

Het is een soort ‘kop’ op al z’n werk, waarin hij de grote waarde van zijn leermeester Donald Robinson promoot.

Heerlijk, helder Goldsworthy!

Voor een eerste impressie, zie hier.

Verknip het evangelie niet

Het is niet zo moeilijk om mensen die profetisch spreken weg te zetten. Het is niet zo moeilijk om erop te wijzen hoe ze overaccentueren of ongenuanceerd bezig zijn. En die neiging ontstaat ook makkelijk, omdat mensen die profetisch spreken je een ongemakkelijk gevoel geven. Zo ook met dit boekje van Scott McKnight. Het heeft heel veel stof doen opwaaien in de paar maanden na z’n verschijning. En ik zal niet ontkennen dat best wat op dit boekje aan te merken is. Toch zet hij iets neer, wat goed is om op je in te laten werken. Ik probeer die kern van zijn betoog hier te pakken. En als je die kern te pakken hebt, kan je ook dat weg zetten als van toepassing op de andere context waar deze schrijver zich op richt. Toch denk ik, dat dit onze eigen context ook heel wat te zeggen heeft.

1.

Het probleem dat McKnight signaleert is, dat de christelijke wereld geobsedeerd is door iemand tot een persoonlijk geloofskeuze te laten komen. Daartegenover waren de apostelen erop gebrand om ‘leerlingen’ te maken. De oorzaak van deze andere spits dan de apostelen heeft te maken met een andere invulling van het woord ‘evangelie’.

“Ons grootste probleem is dat we een hele cultuur hebben gevormd door een verkeerd verstaan van het ‘evangelie’. Dat zogenaamde evangelie ontmantelt de kerk.” (27)

2.

McKnight wil terug naar het NT om te ontrafelen wat het ‘evangelie’ precies is. Hij begint met vier categorieën te onderscheiden:

    1. Het verhaal van Israël – het evangelie is alleen te begrijpen in dit verband. Als we dit verhaal negeren, vervormen we het evangelie.
    2. Het verhaal van Jezus – dit verhaal brengt het verhaal van Israël tot z’n vervulling.
    3. Het reddingsplan – dit plan staat op de vloer van het verhaal van Israël en het verhaal van Jezus.
    4. De methode van overtuigen – Juist dit aspect krijgt vandaag zoveel nadruk, dat het verhaal van Israël en het verhaal van Jezus wordt wegdrukt.

Volgens McKnight moet je de betekenis van het woord ‘evangelie’ plaatsen bij (B): het verhaal van Jezus als de uitkomst van het verhaal van Israël.

“The gospel is the story of the crucial events in the life of Jesus Christ. Instead of ‘four spiritual laws’, which for many holds up our salvation culture, the earliest gospel concerned four ‘events’ or ‘chapters’ in the life of Jezus Christ.” (49)

Het verhaal van Jezus Christus zit opgesloten in één volk, één geschiedenis en één Schrift: Het krijgt alleen zijn betekenis als uitmonding en vervulling van het verhaal van Israël.

Eigenlijk voert McKnight een pleidooi om die vier lagen niet te verknippen, maar goed aan elkaar te verbinden. Anders verknip je het evangelie. Als je het reddingsplan los knipt van het verhaal van Jezus als vervulling van het verhaal van Israël, wordt het een abstract plan, losgetrokken van het historische verhaal en daarmee onbijbels. Zo snijden we onszelf dan af van het verhaal, wat ons vormt tussen onze geschiedenis en onze toekomst. We knippen onszelf dan los van Jezus en veranderen het christelijk geloof in een systeem van redding. Dat kan ertoe leiden dat we geneigd zijn om het verhaal over wat God in deze wereld doet door Israël en Jezus heen om te buigen tot een verhaal over mij en mijn persoonlijke redding. Als het verhaal van Israël zijn vervulling vindt in het verhaal van Jezus en als dat het ‘evangelie’ is, moeten we ook het probleem van deze wereld in het verband van Israëls verhaal vinden, en niet alleen maar in mijn behoeften in mijn verhaal.

Het evangelie verkondigen betekent dat je verklaart dat Jezus de rechtmatige Heer is, en dat je mensen oproept om zich van hun afgoden af te keren en onder deze Heer te leven. Het evangelie verkondigen zet ons zo als ‘beheerders’ onder onze Heer Jezus. Als we het evangelie verschrompelen tot alleen maar mijn persoonlijke redding, scheuren we de hele verwevenheid van het verhaal van de bijbel uiteen en hebben we eigenlijk de bijbel niet meer nodig.

3.

Na veel geanalyseer probeert McKnight zelf ook weer de touwtjes aan elkaar te knopen, door te omschrijven wat een ‘evangelie’-cultuur inhoudt.

    1. Dat begint ermee dat we mensen van het verhaal moeten worden. Dat betekent dat we mensen van het Boek moeten worden; het verhaal van Israël dat tot vervulling komt in Jezus tot ons verhaal maken.
    2. We moeten diep verzonken raken in het verhaal van Jezus. Want de mensen  van het verhaal zien het verhaal van Jezus als vervulling van het verhaal van Israël.
    3. We moeten zien hoe de geschriften van de apostelen het verhaal van Israël en het verhaal van Jezus doorgeven aan volgende generaties in een andere cultuur, wat uitmondt in onze generatie. Jezus vertelde zijn leerlingen nadrukkelijk dat zijn verhaal moest doorgaan in het verhaal van de kerk. In dit verband hebben we ook onze belijdenisgeschriften nodig.
    4. We moeten het verhaal omarmen, zodat we gered worden en getransformeerd worden door het evangelie. Dit boek van McKnight is een pleidooi om het evangelie van de apostelen te onderscheiden en het zo hartstochtelijk te omarmen, dat wij volledig veranderd worden naar het beeld van Christus (158).
Heeft dit ons ook wat te zeggen in onze nederlandse (gereformeerde) omgeving?