Waar zitten we nu?

Voordat ik verder ga over de uitdagingen, eerst maar even een overzicht. Zoveel artikelen zijn inmiddels langs gekomen!

Inleiding: Gods idee?

Samenvatting


1. Gods idee

1.1 Groot-verhaal

a. Het begin

b. Hoe het verhaal verder gaat

c. Waar het naar toe gaat

1.2 Schepping

a. De schepping is schitterend

b. De schepping is kapot

c. De schepping wordt nieuw

1.3 Volk
1.4 Gods idee? (tussenbalans)

2. Wat wij ervan maken

2.1 Roeping van de kerk?

♦  Roeping van de kerk? (aanvulling)

2.2 Zorg voor Gods schepping?
2.3 Groot-verhaal als koers?
2.4 Wat wij ervan maken (tussenbalans)
2.5 Wat wij ervan maken (tussenbalans 2)

3. Uitdaging

Maar nu krijgt m’n blog eerst even vakantie. Dus na de vakantie verder met het mooiste onderdeel van dit alles: de uitdagingen…

Wat wij ervan maken (tussenbalans 2)

In het vorige artikel vroeg ik me af of we niet ‘te goeder trouw’ ontsporen als kerk. We doen veel dingen goed, maar doen we ook de góede dingen? Ik ga daar nog even mee verder, door hardop me af te vragen of je deze ‘ontsporing’ niet ook terug ziet in de discussies die hoog opspelen in de kerk. Ik zeg het bewust zo, omdat ik hier reageer op wat er van die discussies langs komt en de indruk die dat bij mij achter laat. Ik heb die discussies niet tot in de puntjes bestudeert en in kaart gebracht. Ik tast hier dus even wat af en probeer een tendens aan te wijzen, die ik meen te zien.

1.

Wat zijn de verhitte discussies die in de kerk spelen? Ik denk dat we al gauw uitkomen bij de bezinning op homo’s in de kerk en de bezinning op man/vrouw in de kerk. Veel studie, werk en gesprek wordt in deze thema’s gestopt als kerken. We doen de dingen graag goed!

Ik ontkom niet aan de indruk dat dé vraag waar het om draait is: “mag het wel of mag het niet (van de bijbel)?” Voorstanders komen met een lijstje bijbelteksten en bijbelleesprincipes aanzetten en de tegenstanders net zo goed.  Posities worden ingenomen en de een vindt dat hij nog beter de bijbel leest dan de ander.

trees-932147_960_720En ondertussen klinkt er weinig tot niks in door over het besef van een groot-verhaal en onze plek daarin als leerlingen van Jezus?! Of weinig besef van de roeping van de kerk, waarmee God ons in zijn verstoorde wereld zet?! En je ziet het finaal ontsporen waar zelfbeschikking en individueel geluk bepalend worden. Zoals iemand raak verwoordde in een mailtje: “Veel gemeenteleden hopen/denken met het ondertekenen van de juiste dogmatische visie, verzekerd te zijn van de hemel en vervolgens hun gang te kunnen gaan in hun leven, zonder zich veel te storen aan wat Jezus van hen vraagt”. Inderdaad… hoe vaak blijven gesprekken over deze thema’s niet hangen rond de vraag of het wel of niet mag. En wanneer iemand daar een bevredigend antwoord voor zichzelf op gevonden heeft, is de kous af en kan hij/zij verder z’n leventje leven. Waar verder geen besef van groot-verhaal uitspreekt, om als leerling van Jezus te willen deelnemen.

2.

Ik denk nog een stapje verder te kunnen gaan: zonder besef van groot-verhaal, je plek daarin als leerling van Jezus en besef van de roeping van de kerk, wordt de bezinning op homo’s en m/v in de kerk een ongeleid projectiel, waar ieder met de bijbel in de hand van kan maken wat hij/zij wil! Ook al heb je dan in de kerk een stoere opvatting voor of tegen geformuleerd, je laat er de mensen mee aan hun lot over en stuurt ze met een (kant-en-klaar) kluitje het riet in!

3.

We doen veel dingen goed, maar doen we ook de góede dingen? We doen de dingen graag goed en organiseren uitgebreide studie, bezinning en gesprek rondom de thema’s homoseksualiteit en m/v in de kerk (en nog meer thema’s). Maar doen we ook de góede dingen, als we niet eerst volop inzetten op groei in besef van het groot-verhaal en onze plek daarin als leerlingen van Jezus? Is daarmee bezig gaan in de kerken niet op z’n minst net zo belangrijk als bovengenoemde twee thema’s? Zo ja, dan is de tendens tot ontsporen in alle discussie en bezinning levensgroot!

Het komt dan toch weer terug op hoe je samen de bijbel leest: Vooral om dogmatische en ethische antwoorden eruit te halen? Of om God te volgen in de stappen die Hij zet in zijn masterplan, en aan te voelen hoe Hij ons daarin wil meenemen en inzetten? Een heerlijk boekje in dit verband is “Saving the Bible from ourselves”, dat goed weet duidelijk te maken hoe we steeds weer de bijbel naar onze hand proberen te zetten, in plaats van dat wij ons al bijbel lezend naar Gods hand laten zetten.

Ik raak nog meer ervan overtuigd dat er vier grote uitdagingen liggen om als kerk op te pakken, “om samen verder toe te groeien naar hem die het hoofd is: Christus.”

  1. Besef van groot-verhaal en onze plek daarin als leerlingen van Jezus
  2. Leven in het ritme van de Schepper, wat ook zorg voor de schepping inhoudt
  3. Missionair leven
  4. Liturgie – dwars door bovenstaande drie uitdagingen loopt het thema van onze ‘ware eredienst’ (Romeinen 12:1)

Nadenkertje:

“Het probleem groeit wanneer de kerk verhaal vervangt door belijdenis – of wanneer het verhaal van de kerk wordt beperkt tot het verkorte verhaal wat de belijdenisgeschriften vertellen. Als het grotere verhaal vervaagd achter de belijdenissen, wordt de roeping van de kerk heel gemakkelijk om de leer te verdedigen in plaats van het verkondigen en uitleven in de wereld van het goede nieuws van Jezus.” (Howard Snyder, “Salvation means Creation healed”, pg. 8 – mijn vertaling)

⇒ Leestip: Elco Flohr

Wat wij ervan maken (tussenbalans)

Is wat wij van de kerk maken echt Gods idee? Met die vraag begon ik deze serie blogs. Ik heb geprobeerd met een soort helikopter-view zo kort mogelijk iets te schetsen van Gods idee. Daarna heb ik  de andere helft van die vraag opgepakt: wat wij ervan maken. De oefening was om de praktijk te spiegelen aan de drie kernpunten van Gods idee: groot-verhaal, schepping, volk.

a.

Afgelopen weken was de recherche in het nieuws: er verscheen een kritisch rapport over het functioneren van de recherche. De politievakbond herkende er veel van en politici schrokken ervan. Maar moet je dan ook zeggen dat alle rechercheurs en politiemensen falen en slecht bezig zijn? Nee! Je moet een belangrijk onderscheid hier aanbrengen tussen de mensen die naar eer en geweten zo goed mogelijk hun werk proberen te doen en de organisatie daaromheen, die in gebreke blijft als het gaat om de toerusting van het personeel, om hun werk naar behoren te kunnen doen.

Zoiets moet je ook in rekening brengen bij afgelopen artikelen over ‘wat wij ervan eff0b292-58b3-47e4-9799-e851dfb9944c_5596c02e-e20c-4f72-a2e8-e684cae70af4_740x360-ForestEcology-landingspagina-Speulderbos_740x360maken’. Ik begon met het beeld van de bomen en het bos en gaf aan door de bomen naar het bos te willen kijken. Als het om het bos gaat, maakte ik veel kritische opmerkingen. Daarmee kan je niet tegelijk zeggen dat iedereen in de kerk er een potje van maakt! Velen zetten zich te goeder trouw in. Ondertussen kan je wel te goeder trouw ontsporen, omdat hoe we samen kerk zijn er niet op gericht is om de prioriteiten scherp voor ogen te houden. We doen veel dingen goed, maar doen we ook de góede dingen? Ik denk dat deze zin uit m’n vorige blog het wel goed zegt:

Als ik kijk naar hoe wij kerk zijn, mis ik de uitgesproken intentie achter onze kerkelijke organisatie om elkaar toe te rusten om heel je leven uit te werken achter Jezus aan.

b.

Om het schema van de vorige ‘tussenbalans’ verder in te vullen:

Schema 2

c.

Als ik het nog ’s langs ga, wat ik op een rij heb gezet over ‘wat wij ervan maken’, dringt zich een grote vraag aan me op: “Beste kerk, is Jezus Heer?” Druipt het van onze kerkelijke organisatie af, dat we ervoor bestaan ‘om iedereen tot volmaaktheid in Christus te brengen’, ‘om de heiligen toe te rusten in Christus’ dienst’? De belijdenis dat Jezus Heer is houdt in dat we heel ons leven heiligen – familie, werk, vrije tijd, conflicten, enz. – en de aanwezigheid van God niet beperken tot een religieus gebouw. Het gaat me hier niet om een soort heiligheidsstreven ‘zonder zonde’. Juist het groot-verhaal van God ontmaskert dat wel: de diep ingevroten hoogmoed van de mens. Deze reden maakt mijn vragen juist alleen maar dringender!

En dit is vooral een vraag aan de leiding van de kerk. Want mijn indruk is dat veel gemeenteleden niet beter weten, omdat ze zo gevormd zijn. Juist de leiding van het lichaam van Christus mag je toch aankijken met deze vragen? De erkenning dat Jezus Heer is vraagt een zelf-kritische houding ‘om iedere gedachte krijgsgevangen te nemen en onder Christus te brengen’.

d.

Wat mij betreft liggen er vier grote uitdagingen om als kerk op te pakken, “om samen verder toe te groeien naar hem die het hoofd is: Christus.”

  1. Besef van groot-verhaal en onze plek daarin als leerlingen van Jezus
  2. Leven in het ritme van de Schepper, wat ook zorg voor de schepping inhoudt
  3. Missionair leven
  4. Liturgie – dwars door bovenstaande drie uitdagingen loopt het thema van onze ‘ware eredienst’ (Romeinen 12:1)

//1-3. Groot-verhaal als koers?

Is wat wij ervan maken Gods idee? Ik probeer in deze blogs eerlijk te kijken naar ‘wat wij ervan maken’. En bij ‘wij’ denk ik aan de kerk. In dit blog spiegel ik aan de artikelen over Gods idee: groot-verhaal. Je vindt die artikelen hier:
Samengevat: “Met Jezus’ opdracht om alle volken tot zijn leerlingen te maken, kom je weer terug bij de roeping die God voor de mens had bedacht: de schepping beheren onder Gods gezag, waar nadrukkelijk bij hoort om mensen terug te brengen onder het gezag van de Schepper.”

kompas-small-960x427

a. Besef van groot-verhaal

Ik begin met een ouder citaat, maar toch nog zo sprekend.

Lèzen we den Bijbel nog? Wij lezen liever òver den Bijbel, in meditaties, dag-boeken, prekenbundels enz. En als wij den Bijbel zelf ter hand nemen, dan toch maar heel zelden om werkelijk in zijn zin in te dringen, meestal echter om hier en ginds naar een woord te speuren, dat ons persoonlijk-geestelijk leven stichten kan.

Met dit atomistische, stichtelijke Bijbelgebruik zijn wij ongemerkt bezig, de Schrift den mond te snoeren! Door den Bijbel te maken tot een losse aaneenrijging van stichtelijke stukken, begaan wij onbewust een grote misdaad, allereerst aan onszelf.

Want zo ontgaat ons de ware hoogte en wijdheid der Openbaring, waarin onze ziel alleen ademen kan en waardoor ze pas echt wordt ‘gesticht’.

(H. Berkhof, in: “Ter Inleiding” van het boek van S. de Diètrich: Gods plan met de wereld, uit 1949)

Ook al is dit ruim zestig jaar geleden geschreven, het lijkt me nog steeds actueel. Om een voorbeeld uit mijn eigen praktijk erbij te halen: Het verrast me steeds weer dat een cursus als “Raak thuis in de bijbel” (die wat meer van het groot-verhaal van de bijbel zichtbaar wil maken) regelmatig de reactie oproept: “waarom hoor ik dit nu pas?!” Zelfs van 40’ers en 50’ers die hun leven lang in de kerk zijn opgegroeid, met alle prediking en catechese…

b. Leerlingen van Jezus

‘Leerling van Jezus zijn’ is een uitdrukking, die Jezus’ eigen woorden gebruikt en ook goed uitdrukt hoe je je laat invoegen in het grote werk van God met deze wereld.

Het gewicht van de traditie van consument-christendom domineert de kerken – zelfs de hele christelijke cultuur. Dit verzet zich tegen de gerichte intentie om leerlingen te maken. Misschien geeneens bewust, maar gewoon om ‘hoe de dingen zijn’ in het dagelijks leven en ‘wat er gedaan moet worden’. Deze instelling kan herders en leraars in een kerk ervan weerhouden om ‘leerlingen maken’ te zien als een zaak die iedereen aangaat. (The Divine Conspiracy, pg. 303 – mijn vertaling)

Ik herken dit wel. Voor velen in de kerk is ‘leerling van Jezus zijn’ een minder bekend idee, zelfs wat vreemd en verdacht. Het wordt bestempeld als een modieuze term. ‘Discipelschap’ is vooral iets voor ‘christenen’ die wat extra willen.

Hier nog een schrijver die kritisch is over wat wij ervan maken:

Als ik één woord zou mogen kiezen om de toestand van discipelschap op dit moment samen te vatten, dan zou dat woord oppervlakkig zijn. Velen die Jezus hun Verlosser noemen, lijken niet echt te begrijpen wat het betekent om Hem te volgen als hun Heer. (Discipelschap met impact, pg. 22)

Als ik kijk naar hoe wij kerk zijn, mis ik de uitgesproken intentie achter onze kerkelijke organisatie om elkaar toe te rusten om heel je leven uit te werken achter Jezus aan. Geloven is vooral een gedragskwestie: hoe je je ‘hoort’ te gedragen, waarbij al gauw opgemerkt kan worden dat dat lastig is “want we zijn toch zondig”. Het geloof wordt minder gezien als een gezagskwestie: dat je je gewonnen geeft aan het gezag van Jezus en aan zijn hand die weg met vallen en opstaan gaat.

Uitdaging: Je laten invoegen in het grote werk van God met deze wereld, door als leerling van Jezus te leven.

⇒ Tip: Discipelschap: alleen voor super-christenen? (Jos Douma)

//4-6. Zorg voor Gods schepping?

Is wat wij ervan maken Gods idee? Ik probeer in komende blogs eerlijk te kijken naar ‘wat wij ervan maken’. En bij ‘wij’ denk ik aan de kerk. In dit blog spiegel ik aan de artikelen over Gods idee: schepping. Je vindt die artikelen hier:
Samengevat: “Onder Jezus Christus je roeping als mens innemen om in heel het leven te werken aan de heilzame verbindingen die God in zijn schepping had gelegd.”

a. Verlegenheid

Velen van ons in de kerk zijn gewoon druk met ons dagelijks leven. Afgezien van een paar grote krantenkoppen, kruipen weinig van de wereldwijde noden diep in ons hart. Als we er wel aandacht gegeven wordt aan rampen, voelen we ons al gauw overladen met informatie en eindeloze wanhoop. In onze goedwillende onbegrip geven we toe dat er mensen in de wereld lijden. Maar ergens in ons geweten trekken we de conclusie dat het lijden van ‘die mensen’ niet is wat het voor ons is; sterven van de honger in een vluchtelingenkamp in Sudan is grofweg hetzelfde soort lijden wat de zwerver ervaart die wij tegen komen; het is onmogelijk voor ons om zinvol te reageren op het wereldwijde lijden. Een deel van de malaise van onze cultuur en ons discipelschap is deze tragische houding: we kunnen de wereldwijde nood niet oplossen, dus we kunnen er niks aan doen. We zijn verlamd, verdoofd.” (The Dangerous Act of Worship, pg. 23 – mijn vertaling)

Zo’n herkenbaar citaat! Ik voel een verlegenheid, een onmacht en het is geeneens moedwillig. Het kan soms haast een vorm van zelfbescherming zijn, om niet al die nood op ware grootte toe te laten.

b. Ecologie

Het kruis en de opstanding worden beperkt tot mijn persoonlijke redding voor het eeuwige leven in de volgende wereld, in plaats van  dat het te maken heeft met herstel van een gebroken schepping nu en in de toekomst… Hoe makkelijk is het voor christenen om hemel en aarde uit elkaar te trekken. Velen van ons hebben onbewust een wereldbeeld aangenomen waardoor de redding naar binnen keert. We denken dat redding te maken heeft met ‘naar de hemel gaan’ in plaats van dat de hemel op aarde komt, zoals de bijbel leert (Salvation Means Creation Healed, pg. 60-61 – mijn vertaling).

Zit hier niet een rotte appel in onze leer en leven? We trekken verbindingen uit elkaar tussen het heilige (doen we op zondag) en het alledaagse (door de weeks). Zo is de schepping niet meer heilig voor ons, maar is de schepping er voor ons eigen geluk. Is dit een oorzaak van de gebrekkige aandacht voor ecologie in christelijke kring (voor zover ik het kan overzien)?

Je hoort wel regelmatig de roep om ‘gerechtigheid’ klinken: zorg011715150-big-plastic-pollution-700x467 voor andere mensen in nood. Maar veel verder gaat het appèl niet, terwijl Gods aarde schreeuwt om zorg. Paus Franciscus laat in Laudato si de schreeuw van de armen en de schreeuw van de natuur samen klinken. “Nooit hebben wij ons gemeenschappelijk huis (de aarde) zo mishandeld en beschadigd als in de laatste twee eeuwen.” We beseffen nog te weinig hoe ons leven op grote voet verband houdt met de uitbuiting van natuurlijke reserves.

 c. Wat wij ervan maken?

Ik leef gelukkig, maar ik weet niet of de aarde er zo gelukkig van wordt. In de kerk en onder christenen proef je niet de focus om elkaar aan te zetten tot bewuste eerbied en zorg voor Gods schepping. Wat zegt dat over onze eerbied voor God? Een mooie en belangrijke uitdaging: leven ín het ritme van de Schepper.

Leestip 1: “Evangelicals zien me als valse klimaatprofeet” (ND, 9 december 2015)

Leestip 2: column van Theanne Boer (ND, 19 mei 2016)

//7. Roeping van de kerk? (aanvulling)

IMG_2318De vorige blog heeft verschillende reacties opgeroepen. Heel wat herkenning, maar ook vragen. Eén vraag wil ik hier apart beantwoorden, omdat die misverstanden kan veroorzaken. Dat is de vraag: “ben je nu niet toch je eigen gemeente aan het bespreken op een publiek podium?  Dat is niet zo netjes!” Dat is een belangrijke vraag, en als dit het geval was, zou dat inderdaad niet correct zijn! Daarom hier mijn reactie:

  1. Alleen het derde rondje (over contact zoeken met moslims) is een voorbeeld die echt over mijn eigen kerkelijke situatie gaat. Daarom dat ik er nog bewust ‘hier ter plaatse’ aan toevoeg.
  2. Het eerste en tweede rondje zijn echt algemener bedoeld! Vanuit het bezoeken van meerdere kerkdiensten en allerlei gesprekken (ook buiten eigen gemeente), durf ik dit te stellen voor een grotere omtrek dan alleen mijn gemeente! Aan deze wijdere kring denk ik als ik het over ‘ons’ heb. Ik wil bewust inclusief schrijven en niet alleen wijzen naar anderen.
  3. Kennelijk heb ik wel aardig raak geschoten dat het deze vraag oproept. Het bevestigt mijn indruk dat verschillende dingen die algemeen over de kerk in het Westen worden gezegd, ook hier te plaatse herkenning oproepen.
  4. Als je m’n blog al langer volgt, zal het niet nieuw voor je zijn dat ik met stukken kom van mensen die nog nooit van mijn gemeente hebben gehoord, waarschijnlijk nog nooit van de gkv, maar toch met analyses komen over de kerk in het algemeen, waar ik me ook sterk in herken in mijn eigen kerkelijke omgeving. Hier twee voorbeelden van Tom Rainer:

Ben ik zo m’n eigen gemeente aan het uitstallen op het web? Nee! Probeer ik de situatie van onze kerken beter te begrijpen (waaronder m’n eigen gemeente), door te luisteren naar mensen die daar veel mee bezig zijn? Ja! Ik probeer dat voelbaar te maken door het te laten landen in wat ik zie en hoor over de kerk. Dat is kennelijk gelukt gezien de herkenning en de vragen. Hopelijk geeft het wat ontspanning: we zijn echt niet zo uniek, laten we met elkaar eerlijk naar de situatie proberen te kijken. Om samen verder te komen…

//7. Roeping van de kerk?

Is wat wij ervan maken Gods idee? Ik probeer in komende blogs eerlijk te kijken naar ‘wat wij ervan maken’. En bij ‘wij’ denk ik aan de kerk. Ik begin met spiegelen aan het laatste blogartikel over Gods idee: een volk. Samengevat: “thema’s als zending ver weg en zending dichtbij horen bovenaan de agenda van de kerk te staan.”

In de kerk mag je verwachten iets lightbasketterug te vinden van het leven van God. De kerk is de plek die God in het leven roept, in een wereld die onbekend is met haar Schepper. Daar zou je iets moeten kunnen terug vinden van wat de bijbel open legt over Gods weg met de wereld en zijn roeping daarin voor de kerk. Wat maken wij als kerk van de roeping die God ons geeft?

a.

Ik geef allereerst een paar citaten van deskundigen die nog nooit van mijn gemeente hebben gehoord, of van de gkv, maar wel bezig zijn met de kerk in het Westen:

“Zoveel in de christelijke kerk is erop gericht om mensen in de kerkbanken te krijgen op zondag. Zo heeft het haar eigen wetticisme geschapen die ‘heiligheid’ ziet als kerkbezoek in plaats van als leven met God door de hele week heen en in heel je leven.” (Re-Jesus, pg. 177 – mijn vertaling)

“De nadruk van de kerk op herders en leraars betekent dat de zendingsdrang van apostelen en profeten altijd verstikt raakt door het onderwijs en de pastorale zorg. Het zogenaamde ‘goede onderwijs’ gebeurt niet in een kerk die niet naar buiten gericht is. Goed onderwijs is erop gericht om christenen toe te rusten voor dienend leven in de wereld van God”. (The Shaping of Things to Come, pg. 92 – mijn vertaling)

“In de eerste eeuwen zagen volgelingen van Christus in hoe zending tot de kern behoorde. Dit geldt niet voor een groot deel van de kerk in het Westen. De kerk moet opnieuw opgewekt worden tot haar roeping om met Gods zegen alle volken te zoeken…” ((re)Aligning with God,  pg. 134 – mijn vertaling).

b.

Ik kan natuurlijk niet voor andere gemeenten spreken, maar van wat ik om me heen hoor en van m’n eigen gemeente zie, vind ik deze constateringen pijnlijk herkenbaar.

⊗  Natuurlijk zijn de kerkdiensten belangrijk! Maar een eenzijdig hameren op kerkbezoek betekent een verarming, als je niet ook afvraagt hoe deze ontmoeting met God aanzet tot heel je leven achter Jezus aan willen inrichten. Als ik kijk naar onze kerkdiensten, wordt er vaak een taal gebruikt die moeilijk te begrijpen is voor iemand van buiten. Onze vastgelegde orde van dienst kan zomaar verworden tot het ‘afdraaien’ van de onderdelen. Wanneer je traditionele vormen probeert te bevragen wordt het zomaar ervaren als bedreiging van het eigen vertrouwde. Als je kijkt naar de collecten zijn die bijna allemaal voor onszelf.

⊗  Als ik dan kijk naar het punt van ‘herders en leraars’, proef ik een sterke pastorale zucht. Nadruk ligt veel op individueel bezoek en ‘of de dominee wel geweest is’. De leiding is hypergevoelig voor gemopper en onvrede in de gemeente en het comfort van de gemeenteleden zet een grote stempel op de besluiten die de kerk durft (of niet durft) te nemen. Dit neemt zoveel tijd en druk in beslag, dat er weinig ruimte en oog is voor dieperliggende problemen van kerk-zijn.

⊗  Wat betreft het besef, dat zending tot hart van de gemeente behoort: ik vind het veelzeggend dat onze pogingen om contacten op te bouwen met de moslimgemeenschap hier ter plaatse op desinteresse stuit of zelfs weerstand binnen de gemeente.

c.

Welke roeping proef ik hier doorheen? De roeping om druk te zijn met jezelf als kerk. De kerk lijkt er niet op gericht om je toe te rusten voor heel het leven in dienst van Jezus. Ik schrijf dit hier niet om op het wereld-wijde-web te klagen over mijn gemeente. Dit doet pijn en ik weet dat het anderen ook pijn doet. Ook in andere gemeenten en andere landen. Hier een voorbeeld uit Engeland, die dezelfde zaken aanstipt. Gespiegeld aan Gods idee, de reden waarom Hij de kerk in het leven roept, ben ik ervan overtuigd dat hier een mooie en belangrijke uitdaging ligt, die geen bijzaak is: missionair leven.

Herken je hier iets van? Of herken je het juist totaal niet? Reageer ‘s…