Uitdaging

Hoe ga ik bezig met het uitwerken van de uitdagingen, die ik eerder heb opgesomd? Als ik de uitdaging omzet in een vraag wordt het: ‘Wat is nodig om van de beginsituatie (“Wat wij ervan maken”) te groeien richting het doel (“Gods idee”)?’ Hierin lijkt het woord ‘groeien’ me erg belangrijk. a494934Ik geloof niet in een stoer plan of programma, wat even neer gezet moet worden om dit doel te bereiken. Het gaat er veel eerder om dat we bepaalde kernpunten hoger op de agenda van de kerk zetten, die de groei richting het doel voeden en stimuleren. Zo zal ook het karakter van de blogs eruit zien: geen statements en stellingen over oplossingen, maar de ‘ingrediënten’ wat preciezer proberen te tekenen van de maaltijd die nodig is om gevoed te worden en te groeien.

Hierin is mijn startpunt de kerk. Nog preciezer: de plaatselijke gemeente, die leeft onder de belijdenis dat Jezus Heer is. Dat vraagt om in te oefenen dat ze ‘lichaam van Christus’ is. Vandaaruit komt het uit-leven in Gods wereld. Hier zijn de drie uitdagingen op gericht.

Ik zie het ongeveer zo voor me:

  1. De gemeente van Christus groeit… door het besef dat ze onderdeel is van het groot-verhaal van God. Ze groeit als ‘lichaam van Christus’ doordat de gemeenteleden hun plek innemen als leerlingen van Jezus. Hierdoor leren ze Gods Gezicht zien en groeien in de omgang met Hem.
  1. De gemeente van Christus groeit… door in te zien dat ze altijd op Gods Grond leven. De leden zijn zelf een stukje van Gods scheppingswerk. Ze groeien in de liefde voor hun Schepper, door lief te hebben wat God liefheeft: zijn kostbare schepping. Dit uit zich in zorg voor Gods schepping en leren leven in Gods ritme.
  1. De gemeente van Christus groeit… door zich in te zetten voor de verspreiding van het goede nieuws. Ze zoekt hoe ze Gods Genade kan laten spreken naar de mensen waartussen de gemeenteleden elke dag leven. Zo oefenen ze zich in een missionair leven.

Gods Gezicht, Gods Grond en Gods Genade… lijken me drie mooie kernwoorden om de drie uitdagingen mee uit te drukken, om te groeien naar Gods idee. Een volgende keer wil ik beginnen met de tweede: Gods Grond.

“…Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar hem die het hoofd is: Christus.” (Efeze 4:15)

De harteklop

1200x630bf

Ons hart springt op bij de gedachte dat God Jezus verhoogd over ieder menselijk en geestelijk gezag en elke macht. Als Jezus terug komt, zal iedere centimeter gevuld worden door zijn stralende gewaad. Het gebries van zijn paard zal door de Himalay’s echoën, de huizen van de Inuits op Alaska binnen dringen en door de geheime kamers van het Kremlin klinken tot in duizenden piepkleine keukentjes in de sloppenwijken van Brazilië. Zijn zwaard zal de krachtigste afgoden van de mensheid met één zwaai vernietigen. Hij zal schitteren als tien miljoen zonnen in zijn stralende heiligheid.  Op die dag zal iedereen op de knieën gaan voor Hem die alle gezag heeft (Filippenzen 2:10-11).

Dit verlangen motiveert ons om door te gaan in het uitvoeren van de opdracht om leerlingen te maken onder alle volken, want het einde zal komen als “het goede nieuws over het koninkrijk in de hele wereld wordt verkondigd als getuigenis voor alle volken” (Matteüs 24:14). Op de dag dat Jezus terug komt zal Hij “geprezen worden door al de zijnen” en “geëerd worden door allen die tot geloof gekomen zijn” (2 Thessalonicenzen 1:10). Leerlingen maken betekent mensen terug laten kijken naar de persoon en het werk van Christus en vooruit laten kijken naar de dag dat Christus terug komt.

(Uit: All Authority. How the Authority of Jesus upholds the Great Commission, van Joey Shaw, pg. 90-91 – mijn vertaling)

Uit deze harteklop spreekt:

  1. Besef van groot-verhaal en onze plek daarin als leerlingen van Jezus
  2. Zorg voor zijn schepping
  3. Missionair leven

 

Waar zitten we nu?

Voordat ik verder ga over de uitdagingen, eerst maar even een overzicht. Zoveel artikelen zijn inmiddels langs gekomen!

Inleiding: Gods idee?

Samenvatting


1. Gods idee

1.1 Groot-verhaal

a. Het begin

b. Hoe het verhaal verder gaat

c. Waar het naar toe gaat

1.2 Schepping

a. De schepping is schitterend

b. De schepping is kapot

c. De schepping wordt nieuw

1.3 Volk
1.4 Gods idee? (tussenbalans)

2. Wat wij ervan maken

2.1 Roeping van de kerk?

♦  Roeping van de kerk? (aanvulling)

2.2 Zorg voor Gods schepping?
2.3 Groot-verhaal als koers?
2.4 Wat wij ervan maken (tussenbalans)
2.5 Wat wij ervan maken (tussenbalans 2)

3. Uitdaging

Maar nu krijgt m’n blog eerst even vakantie. Dus na de vakantie verder met het mooiste onderdeel van dit alles: de uitdagingen…

Wat wij ervan maken (tussenbalans 2)

In het vorige artikel vroeg ik me af of we niet ‘te goeder trouw’ ontsporen als kerk. We doen veel dingen goed, maar doen we ook de góede dingen? Ik ga daar nog even mee verder, door hardop me af te vragen of je deze ‘ontsporing’ niet ook terug ziet in de discussies die hoog opspelen in de kerk. Ik zeg het bewust zo, omdat ik hier reageer op wat er van die discussies langs komt en de indruk die dat bij mij achter laat. Ik heb die discussies niet tot in de puntjes bestudeert en in kaart gebracht. Ik tast hier dus even wat af en probeer een tendens aan te wijzen, die ik meen te zien.

1.

Wat zijn de verhitte discussies die in de kerk spelen? Ik denk dat we al gauw uitkomen bij de bezinning op homo’s in de kerk en de bezinning op man/vrouw in de kerk. Veel studie, werk en gesprek wordt in deze thema’s gestopt als kerken. We doen de dingen graag goed!

Ik ontkom niet aan de indruk dat dé vraag waar het om draait is: “mag het wel of mag het niet (van de bijbel)?” Voorstanders komen met een lijstje bijbelteksten en bijbelleesprincipes aanzetten en de tegenstanders net zo goed.  Posities worden ingenomen en de een vindt dat hij nog beter de bijbel leest dan de ander.

trees-932147_960_720En ondertussen klinkt er weinig tot niks in door over het besef van een groot-verhaal en onze plek daarin als leerlingen van Jezus?! Of weinig besef van de roeping van de kerk, waarmee God ons in zijn verstoorde wereld zet?! En je ziet het finaal ontsporen waar zelfbeschikking en individueel geluk bepalend worden. Zoals iemand raak verwoordde in een mailtje: “Veel gemeenteleden hopen/denken met het ondertekenen van de juiste dogmatische visie, verzekerd te zijn van de hemel en vervolgens hun gang te kunnen gaan in hun leven, zonder zich veel te storen aan wat Jezus van hen vraagt”. Inderdaad… hoe vaak blijven gesprekken over deze thema’s niet hangen rond de vraag of het wel of niet mag. En wanneer iemand daar een bevredigend antwoord voor zichzelf op gevonden heeft, is de kous af en kan hij/zij verder z’n leventje leven. Waar verder geen besef van groot-verhaal uitspreekt, om als leerling van Jezus te willen deelnemen.

2.

Ik denk nog een stapje verder te kunnen gaan: zonder besef van groot-verhaal, je plek daarin als leerling van Jezus en besef van de roeping van de kerk, wordt de bezinning op homo’s en m/v in de kerk een ongeleid projectiel, waar ieder met de bijbel in de hand van kan maken wat hij/zij wil! Ook al heb je dan in de kerk een stoere opvatting voor of tegen geformuleerd, je laat er de mensen mee aan hun lot over en stuurt ze met een (kant-en-klaar) kluitje het riet in!

3.

We doen veel dingen goed, maar doen we ook de góede dingen? We doen de dingen graag goed en organiseren uitgebreide studie, bezinning en gesprek rondom de thema’s homoseksualiteit en m/v in de kerk (en nog meer thema’s). Maar doen we ook de góede dingen, als we niet eerst volop inzetten op groei in besef van het groot-verhaal en onze plek daarin als leerlingen van Jezus? Is daarmee bezig gaan in de kerken niet op z’n minst net zo belangrijk als bovengenoemde twee thema’s? Zo ja, dan is de tendens tot ontsporen in alle discussie en bezinning levensgroot!

Het komt dan toch weer terug op hoe je samen de bijbel leest: Vooral om dogmatische en ethische antwoorden eruit te halen? Of om God te volgen in de stappen die Hij zet in zijn masterplan, en aan te voelen hoe Hij ons daarin wil meenemen en inzetten? Een heerlijk boekje in dit verband is “Saving the Bible from ourselves”, dat goed weet duidelijk te maken hoe we steeds weer de bijbel naar onze hand proberen te zetten, in plaats van dat wij ons al bijbel lezend naar Gods hand laten zetten.

Ik raak nog meer ervan overtuigd dat er vier grote uitdagingen liggen om als kerk op te pakken, “om samen verder toe te groeien naar hem die het hoofd is: Christus.”

  1. Besef van groot-verhaal en onze plek daarin als leerlingen van Jezus
  2. Leven in het ritme van de Schepper, wat ook zorg voor de schepping inhoudt
  3. Missionair leven
  4. Liturgie – dwars door bovenstaande drie uitdagingen loopt het thema van onze ‘ware eredienst’ (Romeinen 12:1)

Nadenkertje:

“Het probleem groeit wanneer de kerk verhaal vervangt door belijdenis – of wanneer het verhaal van de kerk wordt beperkt tot het verkorte verhaal wat de belijdenisgeschriften vertellen. Als het grotere verhaal vervaagd achter de belijdenissen, wordt de roeping van de kerk heel gemakkelijk om de leer te verdedigen in plaats van het verkondigen en uitleven in de wereld van het goede nieuws van Jezus.” (Howard Snyder, “Salvation means Creation healed”, pg. 8 – mijn vertaling)

⇒ Leestip: Elco Flohr

Wat wij ervan maken (tussenbalans)

Is wat wij van de kerk maken echt Gods idee? Met die vraag begon ik deze serie blogs. Ik heb geprobeerd met een soort helikopter-view zo kort mogelijk iets te schetsen van Gods idee. Daarna heb ik  de andere helft van die vraag opgepakt: wat wij ervan maken. De oefening was om de praktijk te spiegelen aan de drie kernpunten van Gods idee: groot-verhaal, schepping, volk.

a.

Afgelopen weken was de recherche in het nieuws: er verscheen een kritisch rapport over het functioneren van de recherche. De politievakbond herkende er veel van en politici schrokken ervan. Maar moet je dan ook zeggen dat alle rechercheurs en politiemensen falen en slecht bezig zijn? Nee! Je moet een belangrijk onderscheid hier aanbrengen tussen de mensen die naar eer en geweten zo goed mogelijk hun werk proberen te doen en de organisatie daaromheen, die in gebreke blijft als het gaat om de toerusting van het personeel, om hun werk naar behoren te kunnen doen.

Zoiets moet je ook in rekening brengen bij afgelopen artikelen over ‘wat wij ervan eff0b292-58b3-47e4-9799-e851dfb9944c_5596c02e-e20c-4f72-a2e8-e684cae70af4_740x360-ForestEcology-landingspagina-Speulderbos_740x360maken’. Ik begon met het beeld van de bomen en het bos en gaf aan door de bomen naar het bos te willen kijken. Als het om het bos gaat, maakte ik veel kritische opmerkingen. Daarmee kan je niet tegelijk zeggen dat iedereen in de kerk er een potje van maakt! Velen zetten zich te goeder trouw in. Ondertussen kan je wel te goeder trouw ontsporen, omdat hoe we samen kerk zijn er niet op gericht is om de prioriteiten scherp voor ogen te houden. We doen veel dingen goed, maar doen we ook de góede dingen? Ik denk dat deze zin uit m’n vorige blog het wel goed zegt:

Als ik kijk naar hoe wij kerk zijn, mis ik de uitgesproken intentie achter onze kerkelijke organisatie om elkaar toe te rusten om heel je leven uit te werken achter Jezus aan.

b.

Om het schema van de vorige ‘tussenbalans’ verder in te vullen:

Schema 2

c.

Als ik het nog ’s langs ga, wat ik op een rij heb gezet over ‘wat wij ervan maken’, dringt zich een grote vraag aan me op: “Beste kerk, is Jezus Heer?” Druipt het van onze kerkelijke organisatie af, dat we ervoor bestaan ‘om iedereen tot volmaaktheid in Christus te brengen’, ‘om de heiligen toe te rusten in Christus’ dienst’? De belijdenis dat Jezus Heer is houdt in dat we heel ons leven heiligen – familie, werk, vrije tijd, conflicten, enz. – en de aanwezigheid van God niet beperken tot een religieus gebouw. Het gaat me hier niet om een soort heiligheidsstreven ‘zonder zonde’. Juist het groot-verhaal van God ontmaskert dat wel: de diep ingevroten hoogmoed van de mens. Deze reden maakt mijn vragen juist alleen maar dringender!

En dit is vooral een vraag aan de leiding van de kerk. Want mijn indruk is dat veel gemeenteleden niet beter weten, omdat ze zo gevormd zijn. Juist de leiding van het lichaam van Christus mag je toch aankijken met deze vragen? De erkenning dat Jezus Heer is vraagt een zelf-kritische houding ‘om iedere gedachte krijgsgevangen te nemen en onder Christus te brengen’.

d.

Wat mij betreft liggen er vier grote uitdagingen om als kerk op te pakken, “om samen verder toe te groeien naar hem die het hoofd is: Christus.”

  1. Besef van groot-verhaal en onze plek daarin als leerlingen van Jezus
  2. Leven in het ritme van de Schepper, wat ook zorg voor de schepping inhoudt
  3. Missionair leven
  4. Liturgie – dwars door bovenstaande drie uitdagingen loopt het thema van onze ‘ware eredienst’ (Romeinen 12:1)

//1-3. Groot-verhaal als koers?

Is wat wij ervan maken Gods idee? Ik probeer in deze blogs eerlijk te kijken naar ‘wat wij ervan maken’. En bij ‘wij’ denk ik aan de kerk. In dit blog spiegel ik aan de artikelen over Gods idee: groot-verhaal. Je vindt die artikelen hier:
Samengevat: “Met Jezus’ opdracht om alle volken tot zijn leerlingen te maken, kom je weer terug bij de roeping die God voor de mens had bedacht: de schepping beheren onder Gods gezag, waar nadrukkelijk bij hoort om mensen terug te brengen onder het gezag van de Schepper.”

kompas-small-960x427

a. Besef van groot-verhaal

Ik begin met een ouder citaat, maar toch nog zo sprekend.

Lèzen we den Bijbel nog? Wij lezen liever òver den Bijbel, in meditaties, dag-boeken, prekenbundels enz. En als wij den Bijbel zelf ter hand nemen, dan toch maar heel zelden om werkelijk in zijn zin in te dringen, meestal echter om hier en ginds naar een woord te speuren, dat ons persoonlijk-geestelijk leven stichten kan.

Met dit atomistische, stichtelijke Bijbelgebruik zijn wij ongemerkt bezig, de Schrift den mond te snoeren! Door den Bijbel te maken tot een losse aaneenrijging van stichtelijke stukken, begaan wij onbewust een grote misdaad, allereerst aan onszelf.

Want zo ontgaat ons de ware hoogte en wijdheid der Openbaring, waarin onze ziel alleen ademen kan en waardoor ze pas echt wordt ‘gesticht’.

(H. Berkhof, in: “Ter Inleiding” van het boek van S. de Diètrich: Gods plan met de wereld, uit 1949)

Ook al is dit ruim zestig jaar geleden geschreven, het lijkt me nog steeds actueel. Om een voorbeeld uit mijn eigen praktijk erbij te halen: Het verrast me steeds weer dat een cursus als “Raak thuis in de bijbel” (die wat meer van het groot-verhaal van de bijbel zichtbaar wil maken) regelmatig de reactie oproept: “waarom hoor ik dit nu pas?!” Zelfs van 40’ers en 50’ers die hun leven lang in de kerk zijn opgegroeid, met alle prediking en catechese…

b. Leerlingen van Jezus

‘Leerling van Jezus zijn’ is een uitdrukking, die Jezus’ eigen woorden gebruikt en ook goed uitdrukt hoe je je laat invoegen in het grote werk van God met deze wereld.

Het gewicht van de traditie van consument-christendom domineert de kerken – zelfs de hele christelijke cultuur. Dit verzet zich tegen de gerichte intentie om leerlingen te maken. Misschien geeneens bewust, maar gewoon om ‘hoe de dingen zijn’ in het dagelijks leven en ‘wat er gedaan moet worden’. Deze instelling kan herders en leraars in een kerk ervan weerhouden om ‘leerlingen maken’ te zien als een zaak die iedereen aangaat. (The Divine Conspiracy, pg. 303 – mijn vertaling)

Ik herken dit wel. Voor velen in de kerk is ‘leerling van Jezus zijn’ een minder bekend idee, zelfs wat vreemd en verdacht. Het wordt bestempeld als een modieuze term. ‘Discipelschap’ is vooral iets voor ‘christenen’ die wat extra willen.

Hier nog een schrijver die kritisch is over wat wij ervan maken:

Als ik één woord zou mogen kiezen om de toestand van discipelschap op dit moment samen te vatten, dan zou dat woord oppervlakkig zijn. Velen die Jezus hun Verlosser noemen, lijken niet echt te begrijpen wat het betekent om Hem te volgen als hun Heer. (Discipelschap met impact, pg. 22)

Als ik kijk naar hoe wij kerk zijn, mis ik de uitgesproken intentie achter onze kerkelijke organisatie om elkaar toe te rusten om heel je leven uit te werken achter Jezus aan. Geloven is vooral een gedragskwestie: hoe je je ‘hoort’ te gedragen, waarbij al gauw opgemerkt kan worden dat dat lastig is “want we zijn toch zondig”. Het geloof wordt minder gezien als een gezagskwestie: dat je je gewonnen geeft aan het gezag van Jezus en aan zijn hand die weg met vallen en opstaan gaat.

Uitdaging: Je laten invoegen in het grote werk van God met deze wereld, door als leerling van Jezus te leven.

⇒ Tip: Discipelschap: alleen voor super-christenen? (Jos Douma)

//4-6. Zorg voor Gods schepping?

Is wat wij ervan maken Gods idee? Ik probeer in komende blogs eerlijk te kijken naar ‘wat wij ervan maken’. En bij ‘wij’ denk ik aan de kerk. In dit blog spiegel ik aan de artikelen over Gods idee: schepping. Je vindt die artikelen hier:
Samengevat: “Onder Jezus Christus je roeping als mens innemen om in heel het leven te werken aan de heilzame verbindingen die God in zijn schepping had gelegd.”

a. Verlegenheid

Velen van ons in de kerk zijn gewoon druk met ons dagelijks leven. Afgezien van een paar grote krantenkoppen, kruipen weinig van de wereldwijde noden diep in ons hart. Als we er wel aandacht gegeven wordt aan rampen, voelen we ons al gauw overladen met informatie en eindeloze wanhoop. In onze goedwillende onbegrip geven we toe dat er mensen in de wereld lijden. Maar ergens in ons geweten trekken we de conclusie dat het lijden van ‘die mensen’ niet is wat het voor ons is; sterven van de honger in een vluchtelingenkamp in Sudan is grofweg hetzelfde soort lijden wat de zwerver ervaart die wij tegen komen; het is onmogelijk voor ons om zinvol te reageren op het wereldwijde lijden. Een deel van de malaise van onze cultuur en ons discipelschap is deze tragische houding: we kunnen de wereldwijde nood niet oplossen, dus we kunnen er niks aan doen. We zijn verlamd, verdoofd.” (The Dangerous Act of Worship, pg. 23 – mijn vertaling)

Zo’n herkenbaar citaat! Ik voel een verlegenheid, een onmacht en het is geeneens moedwillig. Het kan soms haast een vorm van zelfbescherming zijn, om niet al die nood op ware grootte toe te laten.

b. Ecologie

Het kruis en de opstanding worden beperkt tot mijn persoonlijke redding voor het eeuwige leven in de volgende wereld, in plaats van  dat het te maken heeft met herstel van een gebroken schepping nu en in de toekomst… Hoe makkelijk is het voor christenen om hemel en aarde uit elkaar te trekken. Velen van ons hebben onbewust een wereldbeeld aangenomen waardoor de redding naar binnen keert. We denken dat redding te maken heeft met ‘naar de hemel gaan’ in plaats van dat de hemel op aarde komt, zoals de bijbel leert (Salvation Means Creation Healed, pg. 60-61 – mijn vertaling).

Zit hier niet een rotte appel in onze leer en leven? We trekken verbindingen uit elkaar tussen het heilige (doen we op zondag) en het alledaagse (door de weeks). Zo is de schepping niet meer heilig voor ons, maar is de schepping er voor ons eigen geluk. Is dit een oorzaak van de gebrekkige aandacht voor ecologie in christelijke kring (voor zover ik het kan overzien)?

Je hoort wel regelmatig de roep om ‘gerechtigheid’ klinken: zorg011715150-big-plastic-pollution-700x467 voor andere mensen in nood. Maar veel verder gaat het appèl niet, terwijl Gods aarde schreeuwt om zorg. Paus Franciscus laat in Laudato si de schreeuw van de armen en de schreeuw van de natuur samen klinken. “Nooit hebben wij ons gemeenschappelijk huis (de aarde) zo mishandeld en beschadigd als in de laatste twee eeuwen.” We beseffen nog te weinig hoe ons leven op grote voet verband houdt met de uitbuiting van natuurlijke reserves.

 c. Wat wij ervan maken?

Ik leef gelukkig, maar ik weet niet of de aarde er zo gelukkig van wordt. In de kerk en onder christenen proef je niet de focus om elkaar aan te zetten tot bewuste eerbied en zorg voor Gods schepping. Wat zegt dat over onze eerbied voor God? Een mooie en belangrijke uitdaging: leven ín het ritme van de Schepper.

Leestip 1: “Evangelicals zien me als valse klimaatprofeet” (ND, 9 december 2015)

Leestip 2: column van Theanne Boer (ND, 19 mei 2016)