//4-6. Zorg voor Gods schepping?

Is wat wij ervan maken Gods idee? Ik probeer in komende blogs eerlijk te kijken naar ‘wat wij ervan maken’. En bij ‘wij’ denk ik aan de kerk. In dit blog spiegel ik aan de artikelen over Gods idee: schepping. Je vindt die artikelen hier:
Samengevat: “Onder Jezus Christus je roeping als mens innemen om in heel het leven te werken aan de heilzame verbindingen die God in zijn schepping had gelegd.”

a. Verlegenheid

Velen van ons in de kerk zijn gewoon druk met ons dagelijks leven. Afgezien van een paar grote krantenkoppen, kruipen weinig van de wereldwijde noden diep in ons hart. Als we er wel aandacht gegeven wordt aan rampen, voelen we ons al gauw overladen met informatie en eindeloze wanhoop. In onze goedwillende onbegrip geven we toe dat er mensen in de wereld lijden. Maar ergens in ons geweten trekken we de conclusie dat het lijden van ‘die mensen’ niet is wat het voor ons is; sterven van de honger in een vluchtelingenkamp in Sudan is grofweg hetzelfde soort lijden wat de zwerver ervaart die wij tegen komen; het is onmogelijk voor ons om zinvol te reageren op het wereldwijde lijden. Een deel van de malaise van onze cultuur en ons discipelschap is deze tragische houding: we kunnen de wereldwijde nood niet oplossen, dus we kunnen er niks aan doen. We zijn verlamd, verdoofd.” (The Dangerous Act of Worship, pg. 23 – mijn vertaling)

Zo’n herkenbaar citaat! Ik voel een verlegenheid, een onmacht en het is geeneens moedwillig. Het kan soms haast een vorm van zelfbescherming zijn, om niet al die nood op ware grootte toe te laten.

b. Ecologie

Het kruis en de opstanding worden beperkt tot mijn persoonlijke redding voor het eeuwige leven in de volgende wereld, in plaats van  dat het te maken heeft met herstel van een gebroken schepping nu en in de toekomst… Hoe makkelijk is het voor christenen om hemel en aarde uit elkaar te trekken. Velen van ons hebben onbewust een wereldbeeld aangenomen waardoor de redding naar binnen keert. We denken dat redding te maken heeft met ‘naar de hemel gaan’ in plaats van dat de hemel op aarde komt, zoals de bijbel leert (Salvation Means Creation Healed, pg. 60-61 – mijn vertaling).

Zit hier niet een rotte appel in onze leer en leven? We trekken verbindingen uit elkaar tussen het heilige (doen we op zondag) en het alledaagse (door de weeks). Zo is de schepping niet meer heilig voor ons, maar is de schepping er voor ons eigen geluk. Is dit een oorzaak van de gebrekkige aandacht voor ecologie in christelijke kring (voor zover ik het kan overzien)?

Je hoort wel regelmatig de roep om ‘gerechtigheid’ klinken: zorg011715150-big-plastic-pollution-700x467 voor andere mensen in nood. Maar veel verder gaat het appèl niet, terwijl Gods aarde schreeuwt om zorg. Paus Franciscus laat in Laudato si de schreeuw van de armen en de schreeuw van de natuur samen klinken. “Nooit hebben wij ons gemeenschappelijk huis (de aarde) zo mishandeld en beschadigd als in de laatste twee eeuwen.” We beseffen nog te weinig hoe ons leven op grote voet verband houdt met de uitbuiting van natuurlijke reserves.

 c. Wat wij ervan maken?

Ik leef gelukkig, maar ik weet niet of de aarde er zo gelukkig van wordt. In de kerk en onder christenen proef je niet de focus om elkaar aan te zetten tot bewuste eerbied en zorg voor Gods schepping. Wat zegt dat over onze eerbied voor God? Een mooie en belangrijke uitdaging: leven ín het ritme van de Schepper.

Leestip 1: “Evangelicals zien me als valse klimaatprofeet” (ND, 9 december 2015)

Leestip 2: column van Theanne Boer (ND, 19 mei 2016)

//7. Roeping van de kerk? (aanvulling)

IMG_2318De vorige blog heeft verschillende reacties opgeroepen. Heel wat herkenning, maar ook vragen. Eén vraag wil ik hier apart beantwoorden, omdat die misverstanden kan veroorzaken. Dat is de vraag: “ben je nu niet toch je eigen gemeente aan het bespreken op een publiek podium?  Dat is niet zo netjes!” Dat is een belangrijke vraag, en als dit het geval was, zou dat inderdaad niet correct zijn! Daarom hier mijn reactie:

  1. Alleen het derde rondje (over contact zoeken met moslims) is een voorbeeld die echt over mijn eigen kerkelijke situatie gaat. Daarom dat ik er nog bewust ‘hier ter plaatse’ aan toevoeg.
  2. Het eerste en tweede rondje zijn echt algemener bedoeld! Vanuit het bezoeken van meerdere kerkdiensten en allerlei gesprekken (ook buiten eigen gemeente), durf ik dit te stellen voor een grotere omtrek dan alleen mijn gemeente! Aan deze wijdere kring denk ik als ik het over ‘ons’ heb. Ik wil bewust inclusief schrijven en niet alleen wijzen naar anderen.
  3. Kennelijk heb ik wel aardig raak geschoten dat het deze vraag oproept. Het bevestigt mijn indruk dat verschillende dingen die algemeen over de kerk in het Westen worden gezegd, ook hier te plaatse herkenning oproepen.
  4. Als je m’n blog al langer volgt, zal het niet nieuw voor je zijn dat ik met stukken kom van mensen die nog nooit van mijn gemeente hebben gehoord, waarschijnlijk nog nooit van de gkv, maar toch met analyses komen over de kerk in het algemeen, waar ik me ook sterk in herken in mijn eigen kerkelijke omgeving. Hier twee voorbeelden van Tom Rainer:

Ben ik zo m’n eigen gemeente aan het uitstallen op het web? Nee! Probeer ik de situatie van onze kerken beter te begrijpen (waaronder m’n eigen gemeente), door te luisteren naar mensen die daar veel mee bezig zijn? Ja! Ik probeer dat voelbaar te maken door het te laten landen in wat ik zie en hoor over de kerk. Dat is kennelijk gelukt gezien de herkenning en de vragen. Hopelijk geeft het wat ontspanning: we zijn echt niet zo uniek, laten we met elkaar eerlijk naar de situatie proberen te kijken. Om samen verder te komen…

//7. Roeping van de kerk?

Is wat wij ervan maken Gods idee? Ik probeer in komende blogs eerlijk te kijken naar ‘wat wij ervan maken’. En bij ‘wij’ denk ik aan de kerk. Ik begin met spiegelen aan het laatste blogartikel over Gods idee: een volk. Samengevat: “thema’s als zending ver weg en zending dichtbij horen bovenaan de agenda van de kerk te staan.”

In de kerk mag je verwachten iets lightbasketterug te vinden van het leven van God. De kerk is de plek die God in het leven roept, in een wereld die onbekend is met haar Schepper. Daar zou je iets moeten kunnen terug vinden van wat de bijbel open legt over Gods weg met de wereld en zijn roeping daarin voor de kerk. Wat maken wij als kerk van de roeping die God ons geeft?

a.

Ik geef allereerst een paar citaten van deskundigen die nog nooit van mijn gemeente hebben gehoord, of van de gkv, maar wel bezig zijn met de kerk in het Westen:

“Zoveel in de christelijke kerk is erop gericht om mensen in de kerkbanken te krijgen op zondag. Zo heeft het haar eigen wetticisme geschapen die ‘heiligheid’ ziet als kerkbezoek in plaats van als leven met God door de hele week heen en in heel je leven.” (Re-Jesus, pg. 177 – mijn vertaling)

“De nadruk van de kerk op herders en leraars betekent dat de zendingsdrang van apostelen en profeten altijd verstikt raakt door het onderwijs en de pastorale zorg. Het zogenaamde ‘goede onderwijs’ gebeurt niet in een kerk die niet naar buiten gericht is. Goed onderwijs is erop gericht om christenen toe te rusten voor dienend leven in de wereld van God”. (The Shaping of Things to Come, pg. 92 – mijn vertaling)

“In de eerste eeuwen zagen volgelingen van Christus in hoe zending tot de kern behoorde. Dit geldt niet voor een groot deel van de kerk in het Westen. De kerk moet opnieuw opgewekt worden tot haar roeping om met Gods zegen alle volken te zoeken…” ((re)Aligning with God,  pg. 134 – mijn vertaling).

b.

Ik kan natuurlijk niet voor andere gemeenten spreken, maar van wat ik om me heen hoor en van m’n eigen gemeente zie, vind ik deze constateringen pijnlijk herkenbaar.

⊗  Natuurlijk zijn de kerkdiensten belangrijk! Maar een eenzijdig hameren op kerkbezoek betekent een verarming, als je niet ook afvraagt hoe deze ontmoeting met God aanzet tot heel je leven achter Jezus aan willen inrichten. Als ik kijk naar onze kerkdiensten, wordt er vaak een taal gebruikt die moeilijk te begrijpen is voor iemand van buiten. Onze vastgelegde orde van dienst kan zomaar verworden tot het ‘afdraaien’ van de onderdelen. Wanneer je traditionele vormen probeert te bevragen wordt het zomaar ervaren als bedreiging van het eigen vertrouwde. Als je kijkt naar de collecten zijn die bijna allemaal voor onszelf.

⊗  Als ik dan kijk naar het punt van ‘herders en leraars’, proef ik een sterke pastorale zucht. Nadruk ligt veel op individueel bezoek en ‘of de dominee wel geweest is’. De leiding is hypergevoelig voor gemopper en onvrede in de gemeente en het comfort van de gemeenteleden zet een grote stempel op de besluiten die de kerk durft (of niet durft) te nemen. Dit neemt zoveel tijd en druk in beslag, dat er weinig ruimte en oog is voor dieperliggende problemen van kerk-zijn.

⊗  Wat betreft het besef, dat zending tot hart van de gemeente behoort: ik vind het veelzeggend dat onze pogingen om contacten op te bouwen met de moslimgemeenschap hier ter plaatse op desinteresse stuit of zelfs weerstand binnen de gemeente.

c.

Welke roeping proef ik hier doorheen? De roeping om druk te zijn met jezelf als kerk. De kerk lijkt er niet op gericht om je toe te rusten voor heel het leven in dienst van Jezus. Ik schrijf dit hier niet om op het wereld-wijde-web te klagen over mijn gemeente. Dit doet pijn en ik weet dat het anderen ook pijn doet. Ook in andere gemeenten en andere landen. Hier een voorbeeld uit Engeland, die dezelfde zaken aanstipt. Gespiegeld aan Gods idee, de reden waarom Hij de kerk in het leven roept, ben ik ervan overtuigd dat hier een mooie en belangrijke uitdaging ligt, die geen bijzaak is: missionair leven.

Herken je hier iets van? Of herken je het juist totaal niet? Reageer ‘s…

Wat wij ervan maken

In de komende blogs wil ik de manier waarop onze kerken werken spiegelen aan die drie belangrijke onderdelen van ‘Gods idee’. Maar voordat ik dat ga doen, moet ik eerst drie dingen uitspreken.

Wie is ‘wij’?

Ik ga bezig met de vraag wat ‘wij’ ervan maken. Het lijkt me goed om duidelijk te maken aan wie ik denk met die ‘wij’. Je zou allereerst kunnen denken aan de Petrakerk in Bunschoten-Oost, waar ik predikant ben: wat ‘wij’ hier ervan maken. Dit is de praktijk waarin ik werk en van alles meemaak. Dat zal dus zeker meespelen in mijn beeld van wat wij ervan maken. Maar het zou niet netjes zijn, als ik hier op het wereldwijde web alleen mijn gemeente zou uitstallen. Dat vraagt gesprek op andere manieren!

Ik denk bij ‘wij’ bewust aan een grotere kring: het kerkverband waar ik lid van ben, de gereformeerde kerken vrijgemaakt. Tegelijk besef ik dat er veel verschillen zitten in ons kerkverband. Dus zal niet alles wat ik zie en beschrijf van toepassing zijn op alle gkv-kerken!

Toch geloof ik dat dit ook ons kerkverband aangaat, omdat ik nog een wijdere kring in gedachten heb met die ‘wij’: wat de kerk in het Westen ervan maakt. Ik raak er steeds meer van overtuigd dat ‘wij’ als kerk in het Westen met grote uitdagingen te maken hebben. En ik ga steeds meer zien dat ons gkv-kerkverbandje daar een onderdeeltje van is. Onze problemen hebben misschien een wat eigen kleur, maar het zijn dezelfde problemen waar de kerk in het Westen mee worstelt. Waar dus ook mijn eigen gemeente in Bunschoten-Oost, met een wat meer traditionele houding, onderdeel van is en er goed aan doet dat te beseffen.

Er gebeurt veel in de gemeente

Er is één reactie die ik best vaak krijg, als ik kritisch probeer te kijken naar de kerk: “gelukkig gebeurt er ook veel goeds in de gemeente”. Waarmee de kritische vragen ineens niet zo belangrijk meer lijken. Daarom wil ik vooraf alvast benadrukken: etrees-932147_960_720r is gelovige trouw en zorg te vinden in de (Petra)kerk! Daar is geen twijfel over. Er zijn diep gelovige mensen, er is betrokkenheid en veel activiteit. Maar daar mag je niet stoppen om vervolgens niet meer kritisch naar jezelf als kerk te kijken.

De bomen en het bos

Je kent de uitdrukking wel: ‘door de bomen zie je het bos niet meer’. Je hebt allemaal bomen en je kan naar die losse bomen kijken: je ziet dan gezonde bomen en zieke bomen. Maar je kan ook kijken naar het bos: eff0b292-58b3-47e4-9799-e851dfb9944c_5596c02e-e20c-4f72-a2e8-e684cae70af4_740x360-ForestEcology-landingspagina-Speulderbos_740x360hoe die bomen er met elkaar bij staan. Een bos kan je als geheel ‘gezond’ noemen, terwijl er in dat bos misschien wel een paar zieke bomen staan of dode bomen liggen. Omgekeerd kan je een bos ‘ziek’ noemen, terwijl er best wel gezonde bomen in dat bos staan.

Als ik bezig ga met de vraag ‘wat wij ervan maken’, wil ik oefenen om door de bomen naar het bos te kijken! Hoe staat het bos erbij? Hoe doen we het als kerk:

  1. met de roeping die God ons geeft?
  2. met onze plek in zijn schepping?
  3. met ons laten leiden door zijn groot-verhaal om als leerling van Jezus te leven?

Volgende keer de eerste vraag…

Gods idee? (tussenbalans)

2x

Is wat wij van de kerk maken echt Gods idee? Met die vraag begon ik deze serie blogs. Ik heb geprobeerd met een soort helikopter-view zo kort mogelijk iets te schetsen van Gods idee. Kort gezegd vatte ik dat als volgt samen:

De bijbel presenteert zich als een groot-verhaal waarin God een wereld schept en God roept een volk in het leven om deze schepping te redden.

Ik wil hier nu  mee verder gaan door de andere helft van die vraag uit te pakken: wat wij ervan maken. Daarbij is het dus de oefening om de praktijk te spiegelen aan die drie kernpunten van Gods idee: groot-verhaal, schepping, volk.

Het volgende schema kan helpen:

schema

Volgende week maak ik dus een begin met de middenkolom: “Wat wij ervan maken”.

Tip: probeer zelf of met een paar mensen de B-kolom eens in te vullen voor je eigen gemeente.

7. Volk

God roept een volk in het leven op zijn weg naar een nieuwe hemel en aarde. Vanaf het begin was het Gods bedoeling om Adam in te schakelen in zijn plannen. Zo schakelt God opnieuw mensen in om een verantwoordelijke rol te spelen in de weg van herstel van zijn schepping. God begint duidelijk dit spoor te trekken met Abraham: uit hem werd het volk Israël in het leven geroepen. Dat loopt uit op Jezus. En samengebundeld in deze Jood Jezus groeit het nieuwe volk uit zijn leerlingen: de kerk.

Deze kerk draagt nu de grote daden van God en vindt daarin ook haar roeping: om aan alle hemelse machten de wijsheid van God uit te drukken (Efeze 3:10). In het verschijnsel kerk in deze wereld laat God een begin van zijn nieuwe werkelijkheid zien: daar wordt zichtbaar hoe God ‘alles onder één Hoofd’ samenbrengt (Efeze 1:10). Een gemeelightbasketnschap van mensen die middenin deze verstoorde wereld Jezus als Heer belijdt en uitleeft. De kerk als uiting van Jezus’ regering.

Om het nog wat sterker te zeggen: de kerk heeft een instrumentele functie in het geheel van Gods reddingswerk van de schepping. De kerk is middenin de schepping geplaatst. Zoals leven en ademhalen bij elkaar horen, zo hoort bij de kerk ook de gerichtheid naar buiten toe: God heeft haar met de reddende boodschap in zijn verstoorde schepping gezet! Een kerk zonder zendingspraktijk is geen kerk! Een kerk zonder zending heeft zich los gemaakt van Gods reddingsplan. Een naar binnen gekeerde kerk is een gruwel in Gods ogen.

Een naar binnen gekeerde kerk is een gruwel in Gods ogen.

Thema’s als zending ver weg en zending dichtbij horen dus bovenaan de agenda van de kerk te staan. Contextualisatie van haar bestaan in haar omgeving behoort tot haar wezen. Dit staat niet in tegenstelling tot de gerichtheid op gemeenteopbouw en pastoraat (intern). LAB0057-06_PJuist in hoe ze samen gemeente is, getuigt de kerk ervan dat God werkt, mensen verandert en ze vormt vanuit de erkenning dat Jezus Heer is. De gemeente als brokkelig voorproefje van waar God uit gaat komen met de nieuwe hemel en aarde: Gods volk onder Gods gezag in Gods land.

De uitstraling van de kerk: inoefenen van de belijdenis dat Jezus Heer is en dit uitroepen aan alles en iedereen in hemel en op aarde: “Jezus is Heer!”. Dit zit besloten in Jezus’ eigen woorden: “Wees mijn leerlingen!” Paulus vertaalt dit door wanneer hij schrijft dat ze “iedere gedachte krijgsgevangene maken om haar aan Christus te onderwerpen” (2 Korinte 10:5).

6. Schepping: de schepping wordt nieuw

De Schepper is consistent: Hij laat zijn schepping (die Hij bedacht als ‘zeer goed’) niet los, maar besluit om toe te werken naar herstel van zijn schepping. Dáártoe klinkt de moederbelofte (Genesis 3:15), dáártoe grijpt God in bij Noach, dáártoe roept God Abraham en een volk in het leven. Dáártoe komt Jezus op aarde: “Het koninkrijk is aangebroken” in Hem! De verbinding met zijn Vader, met de mensen en schepping lichtten heilzaam op tijdens zijn optreden op aarde. Hij brengt het daadwerkelijk tot een nieuw begin, door de ‘zonde’ op zich te nemen de dood in en op te staan uit de dood: de nieuwe schepping is begonnen met Hem!

Jezus stuurt zijn leerlingen de wereld in met de boodschap van het nieuwe leven. Dat zal uitmonden in een nieuwe hemel en aarde, waar de ‘vloek’ eraf is, de schepping niet meer onder druk staat en de mens zijn ware plek inneemt in het ritme van de Schepper. luis-coto-85791_1280

Met dat vooruitzicht is de boodschap dus niet dat Jezus ons redt vanaf deze wereld. Maar Jezus redt deze wereld: een nieuwe hemel en aarde. In die hoop is het leven nu niet bedoeld om de schepping uit te buiten, ondertussen verzekerd van een plekje in de hemel (‘hemeltjesgeloof’). Nee, in die hoop (vanuit de herstelde band met God – ‘gerechtvaardigd’) wordt de mens geroepen te gaan voor Gods wereld. Ecologie is geen bijzaak!

Dáártoe roept God de kerk in het leven:

onder Jezus Christus je roeping als mens innemen om in heel het leven te werken aan de heilzame verbindingen die God in zijn schepping had gelegd. Dat is leerling van Jezus zijn!

LeestipEcologische opvoeding nodig (moet je wel lid zijn van Onderweg)