Ik ben een leerling van Jezus – voorbereiding

transfigurationEen paar weken terug kondigde ik aan een aantal artikelen te gaan wijden aan de overtuiging voortaan als ‘leerling van Jezus’ door het leven te gaan, in plaats van christen. Het ‘broedproces’ daarvoor is in volle gang! Bouwstenen ben ik aan het verzamelen. Eén zo’n bouwsteen, die hierin een belangrijke plek moet hebben, maar wat wel eens onderbelicht blijft is: de kerk. Het is ook maar net hóe je over de kerk spreekt.

De manier waarop Greg Ogden over de kerk spreekt, vind ik heel sterk! Hier een citaat van hem, als bouwsteen in mijn ‘broedproces’.

“…de kerk is niet een facultatieve overweging voor degenen die Christus hun Heer noemen. De kerk staat centraal in Gods verlossingsplan. God verlost mensen tot in een nieuwe gemeenschap, die de voorloper is van een nieuwe mensheid. Tot Christus geroepen worden betekent je lot koppelen aan dat van zijn volk. Veel mensen zeggen in deze tijd graag: ‘Jezus: ja; kerk: nee’. Als je dit doet, heb je een fundamenteel verkeerd beeld van de plaats die de kerk heeft in Gods grootse verlossingsplan. Als je een navolger van Christus bent, begrijp je dat er niet zoiets bestaat als solo-discipelschap.” (Greg Ogden: Discipelschap met impact. Groeien als leerling van Jezus in een triade. (Navigators, 2008), pg. 32)

Kostelijke tradities

Waar je geloof vindt, vormen zich tradities. Kostbare tradities! Maar tradities kunnen ook een eigen leven gaan leiden. Je komt dan zomaar tradities tegen die hardnekkig zijn, maar de verbinding met de Bron is zoek. Dan wordt zo’n traditie hol en niets zeggend. Als je ze dan nog ’s goed bekijkt en op zoek gaat naar de Bron worden het zomaar kostelijke tradities.

Ook in de kerk kan het zo gaan. Hier vind je een paar kostelijke voorbeelden ervan. Met dank aan Tjeerd de Boer! Als je maar tijd hebt voor één verhaal, lees dan in elk geval de bovenste.

Jouw kerk: oorlogsschip of cruiseschip?

downloadOnze kerken hebben de neiging om te verworden tot een soort klooster: een ommuurde, ontoegankelijke organisatie die zich richt op z’n eigen behoud in plaats van op haar bijzondere roeping.

Ons hart heeft de neiging tot ‘tribalisme’: de neiging om samen te komen met mensen als onszelf, om onszelf uit te drukken in plaats van de reddende harteklop van God. We plaatsen steeds weer spiegels rond het licht van het evangelie, terwijl we eigenlijk ramen moeten bouwen.

De kerk is bedoeld als een voorproefje van het koninkrijk, die leeft van de verkondiging van het evangelie. Maar te vaak vervangen we het voorproefje van het koninkrijk door de gevestigde orde. Onze gerichtheid wordt het comfort en het onderhoud van onze stam in plaats van de roeping die gepaard gaat met de boodschap van het evangelie.

Oorlogsschip of cruiseschip

Het volk van God heeft of de mentaliteit van een oorlogschip of van een cruiseschip. Beiden varen, maar ze hebben heel verschillende bedoelingen. Het oorlogsschip bestaat er voor anderen. Het is bezig met een reddingsoperatie, om vijandelijk gebied binnen te trekken en de opdracht van de commandant uit te voeren. Het cruiseschip bestaat voor de comfort van zijn passagiers. Luxe en comfort zijn de kernwaarden, en iedereen probeert de reis zo aangenaam en onvergetelijk mogelijk te maken.

Als we een cruiseschip-mentaliteit aannemen, wordt het kruis en de opstanding van Christus versmald tot een boodschap van persoonlijke comfort. De kernwaarden van onze erediensten is om onvergetelijk en vermakelijk te zijn. Onze theologische discussies gaan dan over de leer bewaken omwille van de leer, in plaats van dat je theologische bezinning ziet als een hulp om onze roeping uit te voeren. In plaats van dat we onze kerkdiensten zien als een basis, van waaruit christenen de wereld in trekken als zout en licht, schermen we onszelf af van de buitenwereld en verwaarlozen het profetische karakter van onze evangelie-verkondiging.

Het verschil tussen deze twee mentaliteiten:

De hoogste waarde van een gemeenschap met cruiseschip-mentaliteit is om zichzelf in stand te houden. Zo’n gemeenschap bestaat alleen voor zichzelf, en degenen daarbinnen vragen zich steeds weer af: “Hoe kunnen we onszelf beschermen tegen degenen die anders zijn dan wij?”

Het lijkt op een soort eenzijdige vaderlandsliefde. Het verheft persoonlijke en culturele voorkeuren tot absolute principes: als iedereen meer als ons was, zou de wereld er een stuk beter uit zien.

Maar in een gemeenschap met een oorlogsschip-mentaliteit, is de hoogste waarde niet zelfbehoud maar zelfopoffering. Zo’n gemeenschap bestaat niet allereerst voor zichzelf, maar voor anderen. Het is een gemeenschap die bereid is om ongemak te verduren en gebrek aan comfort, bereid zichzelf te geven voor anderen namens God.”

Trevin Wax (mijn vertaling)

Wat is er aan de hand?!

size_907_450_4038Ik las een artikel met de titel: “Wat ontbreekt er in onze catechese?” Het gaat over een totaal andere situatie aan de andere kant van de oceaan. Toch riep dit veel herkenning en urgentiebesef bij me op.

De schrijver van dit artikel haalt een fragment aan uit een onderzoek:

“Steeds weer ontmoeten we jonge mensen in onze interviews, die zichzelf ‘christen’ noemen, die opgegroeid zijn met christelijke ouders, die regelmatige kerkbezoekers waren, maar die geen makkelijk toegankelijke geloofstaal hadden, geen herkenbare geloofspraktijk, en haast niet in staat waren om geestelijk hun leven te onderzoeken. Er waren wel uitzonderingen hierop, maar niet veel…”

De schrijver van dit artikel vraagt zich af: wat ontbreekt er in onze vorming van christenen? Want zijn wij niet de ontvangers van een grootse ontwikkeling in christelijke educatie en allerlei christelijke instellingen in de afgelopen eeuw? Zitten onze kerken niet vol met ambtsdragers die meer christelijke scholing hebben gehad dan ooit? Hebben wij niet de beschikking over veel nieuw materiaal om kinderen en volwassenen te onderwijzen?

De schrijver haalt nog een fragment aan uit dat onderzoek:

“Het probleem lijkt niet te zijn dat de kerk de jongeren slecht onderwijst, maar dat we er uitstekend in slagen om de jeugd te leren wat we echt geloven: dat het christelijk geloof geen ‘big deal’ is, dat God niet veel van ons vraagt, en dat de kerk een behulpzaam, sociaal instituut is met aardige mensen.

Wat als deze religiositeit onder de jeugd niet het resultaat is van slechte communicatie, maar resultaat van uitstekende communicatie die een verwaterd evangelie weet over te brengen, waarin Gods zelf-opofferende liefde in Jezus Christus ontbreekt, immuun voor de opofferende liefde van Gods Geest? Waardoor het helemaal geen christelijk geloof meer is?! Wat als de kerk een levenswijze voorhoudt die geen hartelijke overgave vraagt, maar een schouderophalende instemming?

De schrijver constateert dan zelf dat het onderwijsmodel in veel gemeenten vooral gericht is op het ontvangen van bijbelse ‘informatie’, in plaats van een inwijding (‘initiation’) in een heilig leven en de verandering van hun denken, voelen en verlangens, zodat ze samen optrekken als een heilig volk. De schrijver van dit artikel is ervan overtuigd dat deze inwijding in een ‘way of life’ en een heilig volk de sleutel is die ontbreekt in onze catechese.

Herkent u dit ook? Of heb ik net een sombere bui? Wat doen we hiermee, als hier maar een fractie van waar zou zijn?

Jezus buiten de (kerk)deur laten

doorknockingIk vroeg hem wat de grootste uitdaging zou zijn in de kerk. Zijn antwoord: “De grootste uitdaging is weten wat je moet doen. Want ze hebben alles al.”

Dat was de reputatie van de kerk in Laodicea. Het was een kerk met veel activiteit en zichbaar succes. Een opvallend zelfvertrouwen zat er bij de mensen, merkbaar aan hun zelf-evaluatie: “Ik ben rijk, ik heb alles wat ik wil, ik heb niks meer nodig.” (Openbaring 3:17) Laodicea was een 5-sterren gemeente. Gasten die langs kwamen zouden zeggen: “Wat wil je nog meer? Ze hebben hier alles.” Als de dominee van Laodicea de gemeente had opgeroepen tot een tijd van bezinning op hun geestelijk leven, zouden de leden hebben gezegd: “wij zijn goed bezig!”

Christus buiten de kerk

En daar zit een pijn punt: ondanks hun fijne reputatie, stond Jezus buiten de deur van deze blinkende kerk, kloppend (Openbaring 3:20). Dit vind ik een van de meest bijzondere beelden in de bijbel. Christus buiten zijn eigen kerk! Jezus die klopt op de deur van zijn volk!

Ik weet dat deze tekst vaak gebruikt is om niet-gelovigen uit te nodigen hun hart te openen voor Christus. En dat is prima. Maar de eerste toepassing is niet voor ongelovigen, maar voor de kerk.

Besef wie er aan de deur staat te kloppen: de hemelse Heer, hoofd van de kerk, die zijn lichaam en zijn bruid is. Christus houdt van de kerk en zonder Hem zou er geen kerk zijn om lief te hebben. Aan het kruis gaf Hij zichzelf om de kerk in het leven te roepen. En nu, vanaf zijn hemelse troon, stuurt Hij de kerk aan in haar roeping, beschermt haar te midden van alle vijandelijke aanvallen, en op een dag zal Hij haar binnenhalen in de eeuwige vreugde van zijn aanwezigheid.

Het leven van Christus is het hart van de kerk. Maar in Laodicea, draaide het leven van de kerk niet om Christus. Hij stond buiten, op de deur te kloppen. Hoe kan Christus buiten zijn kerk staan? Ik noem drie manieren.

1. Christus kan buiten de prediking van een kerk staan

Tijdens mijn studietijd hoefde ik niet te preken en had ik de gelegenheid om allerlei kerken te bezoeken en de preken te horen. Ik ben geschokt door de hoeveelheid kerken, waarin de naam van Jezus geen een keer genoemd werd in de preek. Ik hoorde veel over huwelijk, familie, verbondenheid. Ik hoorde van alles over jezelf open stellen voor andere mensen. Er waren algemene verwijzingen naar God en heel wat citaten uit de bijbel. Maar in veel van deze boodschappen, was Christus opvallend afwezig.  Zelfs wanneer het bijbelpreken waren, stond Christus te vaak buiten de prediking.

2. Christus kan buiten de roeping van een kerk staan

Vorig jaar hebben we een heel goed boek gelezen over de zendingsroeping van de kerk. Je zou je kunnen afvragen waarom zo’n boek nodig is. Is de grote zendingsopdracht vanJezus niet duidelijk? Die opdracht is zeker duidelijk. Maar hoe duidelijk die opdracht ook is, ‘zending’ wordt in onze tijd heel vaak verdraaid tot ‘een zegen zijn’, of ‘aanwezig zijn’, of ‘helpen in nood’ – allemaal dingen die gedaan kunnen worden zonder dat Jezus genoemd hoeft te worden. “Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen… door hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb” (Matteüs 28:19-20) Dit is een zending die radical om Jezus draait. Maar veel kerken verdraaien zending op een manier, die Christus erbuiten laat, kloppend op de deur.

3. Christus kan buiten de gemeenschap van een kerk staan

Waar mensen naar verlangen in onze tijd is verbondenheid. We willen het leven met elkaar delen. Dat is mooi, maar het is mogelijk dat te doen, terwijl we Christus buiten de deur houden. Christelijke verbondenheid gaat verder dan ‘het leven met elkaar delen’. Het gaat om het leven met elkaar delen in Christus, met Christus en voor Christus. Het woord ‘fellowship’ betekent delen in een gemeenschappelijk leven. Wanneer Jezus in ons leeft, delen wij samen in zijn leven. Kleine groepen opzetten om het leven met elkaar te delen heeft grote waarde, en groeien in relaties die veel steun betekenen is een grote zegen. Maar laten we er alert op zijn dat we Christus in het midden houden van onze verbondenheid. We wilen Hem niet buiten hebben, kloppend op de deur.

De grote uitdaging voor de gemeente van Laodicea was hun lauwe geestelijk leven. Ze waren niet heet of koud, maar ergens er tussen in. De geestelijke temperatuur wordt hoger als Christus in het midden komt van het hele leven en werken van een gemeente. Dat betreft ook de prediking, de zending en de verbondenheid van een kerk.

Collin Smith (mijn vertaling)

Horen christenen bij een kerk?

church-cartoonVanmorgen was de start van een prekenserie, waarin ik bezig ga met de vraag: “Wat betekent het dat je lid bent van de (Petra)kerk?” Woensdagavond komen we samen met een ‘klankbordgroep’, die ik heb gevormd rondom deze prekenserie. Ik ben heel benieuwd welk gesprek zich gaat ontwikkelen!

Hier een filmpje wat mooi aansluit bij dit thema (de andere filmpjes op deze site zijn trouwens ook de moeite waard).

Mijn kerk of Gods koninkrijk?

“Mijn passie is niet om mijn kerk op te bouwen. Mijn passie is gericht op het koninkrijk van God.” Wel ’s iemand dat horen zeggen? Ik wel. Het klinkt heel nobel, maar het is onbijbels en verkeerd. Het kan zelfs schadelijk zijn.

Stel dat ik zeg: “Mijn passie is niet om aan mijn huwelijk te bouwen. Mijn passie is voor het Huwelijk. Ik wil dat het instituut van het Huwelijk weer hoog in het vaandel komt te staan. Daar wil ik me voor geven. Daar bid ik voor. Daar offer ik mezelf voor. Maar verwacht niet van me dat ik me verneder om in de dagelijkse dingen te werken aan een goed huwelijk met m’n vrouw. Ik ga voor iets groters.” Als ik zoiets zei, zou je dan denken: “Sjonge, wat is hij toegewijd”? Of zou je je afvragen of ik m’n verstand verloren had?

Als je om Gods koninkrijk geeft, prima.  Wees dan ook zo’n persoon waarop men kan rekenen in je eigen kerk. Wees deel van je kerk, bid voor je kerk, geef aan je kerk, stort je in het leven van je kerk met volledige passie. We bouwen goede kerken op dezelfde manier als we aan goede huwelijken werken – echte commitment, wat in hele praktische dingen een positief verschil maakt. En zo bouwen we aan het Koninkrijk van God.

(Mijn vertaling van dit stukje van Ray Ortlund)